De voorzitter opent de zitting op 25/06/2025 om 19:30.
Voor de aanvang van de zitting wordt aan de inwoners de mogelijkheid gegeven om vragen te stellen van 19.00 uur tot 19.30 uur.
Mevr. Charlotte Hammink heeft per brief dd. 16/05/2025 haar ontslag ingediend als gemeenteraadslid. Haar eerste opvolger, dhr. Werner De Nijs zal haar vervangen. Hij dient zijn eed af te leggen tijdens een openbare vergadering van de gemeenteraad.
Juridisch kader
Decreet Lokaal Bestuur
Art. 1 : Dhr. Werner De Nijs wordt verzocht de wettelijke eed af te leggen.
De Voorzitter nodigt dhr. De Nijs uit om volgende eed af te leggen:
"Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen".
Waarna dhr. De Nijs wordt aangesteld als gemeenteraadslid, waarvan akte door de verschijner mede ondertekend.
Dhr. Werner De Nijs wordt overeenkomstig de wettelijke bepalingen toegevoegd aan de ranglijst van de gemeenteraadsleden.
De formele bevoegdheid om het begrip “dagelijks bestuur” te definiëren is toegewezen aan de gemeenteraad.
Het is opportuun is om bij iedere aanvang van een legislatuur het begrip dagelijks bestuur te definiëren.
Een goed afgewogen definitie van het begrip “dagelijks bestuur” op maat van onze organisatie is van belang is om de bevoegdheidsregeling (gemeenteraad – college) binnen ons bestuur duidelijk af te lijnen en de administratieve procedures te kunnen stroomlijnen.
Hierdoor kan de continuïteit en de vlotte werking van de gemeentelijke diensten verzekerd worden.
Juridisch kader
Het Decreet Lokaal Bestuur en haar uitvoeringsbesluiten.
Art. 1 : Onder het begrip dagelijks bestuur in de zin van artikel 41, §2, 8° en 10° van het Decreet Lokaal bestuur moet worden verstaan:
Art. 2 : Het besluit van 31 januari 2019 wordt opgeheven.
Art. 3 : Dit besluit treedt onmiddellijk in werking.
Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom onderworpen zijn aan een voorafgaand
visum. De gemeenteraad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen
uitsluiten van de visumverplichting.
De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.
Omwille van een vlotte werking van het bestuur is het aangewezen is om bepaalde verrichtingen uit te sluiten van visumverplichting.
Het voorliggend besluit wordt positief geadviseerd door de financieel directeur.
Juridisch kader
Het decreet Lokaal bestuur en haar uitvoeringsbesluiten.
In het bijzonder art 266 van het Decreet Lokaal Bestuur en art 99 van het besluit van de Vlaamse Regering dd 30/03/2018 en haar latere wijzigingen.
Art 1 : De raad beslist dat de visumplicht voorzien in art. 266 van decreet lokaal bestuur dient uitgevoerd te worden onder volgende voorwaarden:
Volgende verrichtingen worden vrijgesteld van de visumverplichting:
Volgende verrichtingen zijn steeds onderworpen aan de visumverplichting:
Art. 2 : Het besluit van 31 januari 2019 wordt opgeheven.
De raad dient haar deel van de geïntegreerde jaarrekening vast te stellen.
De voorliggende jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen.
De geïntegreerde jaarrekening met bijlagen werd aan de raadsleden bezorgd binnen de wettelijk voorziene termijnen.
Juridisch kader
Toepasselijke wetgeving :
Het decreet lokaal bestuur.
Art. 1 : De geïntegreerde jaarrekening 2024, zoals bijgevoegd in bijlage, wordt voor het gedeelte gemeente vastgesteld.
De OCMW raad heeft haar deel van de geïntegreerde jaarrekening vastgesteld. De gemeenteraad dient deze goed te keuren.
De voorliggende jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen.
De jaarrekening met bijlagen werd aan de raadsleden bezorgd binnen de wettelijk voorziene termijnen.
Juridisch kader
Toepasselijke wetgeving :
Art. 1 : De geïntegreerde jaarrekening 2024, zoals bijgevoegd in bijlage, wordt voor het deel OCMW goedgekeurd.
De Raad,
Door de toegenomen drukte langsheen de gewestweg N70 – ter hoogte van de nieuwe vestiging van de kringwinkel werd de verkeerssituatie ter plaatse bekeken alsook meerdere malen geëvalueerd in samenspraak met de politiediensten en de wegbeheerder Agentschap Wegen & Verkeer.
Omwille van de zichtbaarheid alsook de algemene verkeersveiligheid werd beslist een tijdelijk parkeerverbod in te voeren.
Dit tijdelijk parkeerverbod werd bij wijze van proefopstelling opgesteld vanaf maandag 03 februari tot en met 30 juni 2025 en dit in het gedeelte N70 vanaf huisnr 117 tot en met 129.
Door deze maatregel zal de verkeersveiligheid verhogen en zal er een maximale zichtbaarheid zijn bij het op – en af rijden van de parking.
De proefopstelling werd tijdens het overleg verkeer van 28 maart 2025 positief geëvalueerd en werd eveneens geadviseerd het parkeerverbod permanent in te voeren.
College van Burgemeester en schepenen verleende in zitting van 07 april 2025 hun goedkeuring aan het advies en geeft opdracht tot het voorleggen van een aanvullend verkeersreglement aan de gemeenteraad.
Juridisch kader
Toepasselijke wetgeving:
- Het Decreet Lokaal Bestuur
- De wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
- Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
- Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
- Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
- Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van
de verkeerstekens;
- De omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009;
- Het Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019
Art.1 : Zich akkoord te verklaren met het voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen tot invoeren van navolgende verkeersreglementering betreffende gewestweg N70 - Grote Baan vanaf huisnr 117 tot en met 129. grondgebied Waasmunster, zoals voorzien in artikel 2 van dit besluit alsook het plan dat als bijlage aan dit besluit wordt gehecht.
Art. 2 : Volgende signalisatie dient te worden voorzien:
Art.3 : De nodige verkeerssignalisatie zal volgens de wettelijke bepalingen van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, worden geplaatst
Art.4 : Dit aanvullend verkeersreglement treedt in werking van zodra de signalisatie geplaatst/voorzien is
Art.5 : Alle voorgaande beslissingen alsook de verkeersborden die strijdig zijn met het huidig reglement worden opgeheven.
Art.6 : Afschrift van tegenwoordig besluit zal ter kennisgeving worden overgemaakt aan: afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Vlaamse Overheid, Koning Albert II-laan 20 bus 2,1000 Brussel, aan de Gouverneur van Oost-Vlaanderen, aan Deputatie Dienst Griffie, aan de politierechtbank Dendermonde, Agentschap Wegen & Verkeer en aan de politiezone Hamme-Waasmunster.
Art.7 : Dit reglement zal in overeenstemming met art. 286 van het Decreet Lokaal Bestuur worden bekendgemaakt.
Art.8 : In het kader van het administratief toezicht zal een beknopte omschrijving van dit besluit worden opgenomen in de meldingslijst aan mevr. de Gouverneur.
De gemeenten die sociale voordelen verlenen aan scholen van het eigen schoolbestuur, zijn decretaal verplicht dezelfde voordelen toe te kennen aan de scholen van de andere schoolbesturen, gelegen op hun grondgebied als die erom verzoeken. Zij mogen geen enkel onderscheid maken tussen de leerlingen, welke scholen die ook bezoeken.
Met sociale voordelen wordt in het decreet bedoeld:
1° het ochtend- en avondtoezicht buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen;
2° het middagtoezicht voor de tijdsduur van maximaal één uur;
3° het ter beschikking stellen van de voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur, met uitzondering van de roerende en onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor de organisatie van het gemeentelijk onderwijs;
4° de kosten van de toegang tot het zwembad voor de leerlingen lager onderwijs, indien het zwembad niet behoort tot de gemeentelijke sportinfrastructuur vermeld in punt 3°. De kosten verbonden aan het verstrekken van één schooljaar gratis zwemmen, waar elke leerling lager onderwijs recht op heeft, worden niet als sociaal voordeel beschouwd;
5° het leerlingenvervoer in het basisonderwijs.
In onze gemeente gaat het concreet dus over de voor- en naschoolse kinderopvang en middagbewaking. De decreetgever voorziet per leerling per schooljaar 4,34 euro om het middagtoezicht te organiseren; deze werkingsmiddelen worden rechtstreeks aan de scholen gestort; het is opportuun om bij de afrekening van de tussenkomsten voor het middagtoezicht i.h.k.v. de sociale voordelen rekening te houden met deze middelen en deze in mindering te brengen van de totaalfactuur van de inrichtende machten die verzoeken om dit sociale voordeel.
In elke school die een beroep wenst te doen op het sociale voordeel dient aan de ouders een remgeld te worden aangerekend. Op dit remgeld worden wel enkele sociale correcties toegepast.
De Vlaamse Regering heeft streeft in zijn beleid naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) voor álle kinderen en gezinnen. De lokale besturen krijgen een toelage om dit te realiseren. Het lokaal bestuur krijgt de regie in handen en stippelt met de verschillende partners een lokaal buitenschools beleid uit. Het decreet heeft drie doelstellingen:
Het decreet vraagt een bijzondere aandacht voor de kleuteropvang en kwetsbare gezinnen. Als eerste stap wil het bestuur, als voorafname op het lokale beleidskader dat hieromtrent dient te worden uitgewerkt nu reeds het volgend schooljaar de kindratio per begeleider in de voor- en naschoolse opvang in de scholen op het grondgebied te verlagen voor de doelgroep kleuters.
Juridisch kader
Relevante regelgeving:
Voor de eigen gemeentelijke lagere en basisschool wordt in voor- en naschoolse kinderopvang en middagbewaking voorzien. Deze activiteiten worden beschouwd als sociaal voordeel waardoor er dus een financiële tussenkomst van de gemeente ten gunste van de scholen van het vrij- en gemeenschapsonderwijs moet voorzien worden.
Uit sociale overwegingen lijkt het echter wel wenselijk in een sociale correctie te voorzien op het remgeld dat verplicht aan de ouders wordt doorgerekend door de schoolbesturen die de sociale voordelen wensen te ontvangen.
Artikel 1: Voor toepassing van dit besluit worden volgende definities gehanteerd:
1) Voorschoolse opvang : opvang van de leerlingen van het lager- en kleuteronderwijs vóór de aanvang van de schooldag. Voorschoolse opvang begint ten vroegste om 7:00 uur en eindigt om 8:15 uur.
2) Naschoolse opvang: opvang van de leerlingen van het lager- en kleuteronderwijs na het einde van de schooldag. Naschoolse opvang begint 15 minuten na het einde van de schooldag en eindigt ten laatste om 18:00 uur.
3) Middagbewaking: opvang van de leerlingen van het lager- en kleuteronderwijs tijdens de middagpauze.
4) Opvanggedeelte: periodes van een half uur waarvan de eerste aanvangt bij het begin van de voor- of naschoolse opvang.
5) Opvanglocatie: Elke vestigingsplaats van kleuter- en/of lager onderwijs op het grondgebied van de gemeente Waasmunster kan als opvanglocatie worden gebruikt.
Artikel 2: Voor het schooljaar 2025-2026 worden volgende activiteiten ingericht voor de gemeentelijke basisschool De Wonderboom en de gemeentelijke lagere school Ruiter die als sociaal voordeel moeten beschouwd worden:
- voorschoolse opvang: 75 minuten per schooldag
- middagbewaking: 60 minuten per volle schooldag
- naschoolse opvang: 140 minuten per volle schooldag
Voor de voorschoolse en naschoolse opvang is het sociaal voordeel beperkt tot op het ogenblik dat het gemeentebestuur buitenschoolse kinderopvang in het kader van het besluit van de Vlaamse regering organiseert indien deze opvang tijdens het schooljaar 2025-2026 zou starten.
Artikel 3:
§1.Voor de voorschoolse en naschoolse opvang wordt een remgeld van de ouders gevraagd van 1,25 euro per kind per begonnen half uur. Indien kinderen niet afgehaald worden bij het einde van de naschoolse opvang wordt een boetetarief van 12,50 euro per kind per begonnen half uur aangerekend.
§2. Voor de middagbewaking wordt aan de ouders een remgeld van 30,00 euro per schooljaar per kind aangerekend.
§3. Kinderen die genieten van het WIGW-tarief krijgen een vermindering van 50% op het remgeld. Om van de vermindering te kunnen genieten dient een attest van het ziekenfonds op naam van het kind met vermelding van de duur van de WIGW erkenning voorgelegd te worden.
§4. Kinderen en jongeren die verblijven in een Organisatie voor Bijzondere Jeugdzorg of een Onthaal,- Oriëntatie en Observatiecentrum, erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap krijgen een vermindering van 50% op het remgeld. Om van de vermindering te kunnen genieten dient een attest van de instelling voorgelegd te worden;
§5. Ouders waarvan minstens 2 kinderen school lopen in één van de basisscholen op het grondgebied van Waasmunster krijgen een vermindering van 25% op het remgeld. Deze vermindering is niet cumuleerbaar met de vermindering voor WIGW.
§6. De in dit artikel vermelde remgelden moeten door de andere inrichtende machten eveneens moeten gevraagd worden, willen zij kunnen genieten van het sociaal voordeel.
Artikel 4: De financiële tussenkomsten voor de aan de leerlingen verleende sociale voordelen worden toegekend aan de inrichtende machten die erom verzoeken en die de door de gemeente nodig geachte controle aanvaarden. Voor het middagtoezicht wordt per leerling, per schooljaar 4,34 euro in mindering gebracht op deze tussenkomst, aangezien de decreetgever dit bedrag als werkingsmiddel rechtstreeks aan de inrichtende machten voorziet.
Artikel 5: De middagbewaking, de voorschoolse - en de naschoolse opvang kunnen doorgaan in gemeenschappelijke lokalen na overleg met al de betrokken inrichtende machten.
Artikel 6: De toezichters worden aangeworven door de inrichtende macht die het voordeel geniet. De bezoldiging van de toezichters gebeurt door de instelling die het sociaal voordeel ontvangt.
Artikel 7: De verstrekker dient voor de organisatie de volgende normen te hanteren:
- voor de middagbewaking wordt per begonnen schijf van 60 rechthebbende leerlingen 1 uur toezicht door 1 toezichter vergoed.
- voor de voorschoolse opvang wordt per begonnen schijf van 40 rechthebbende leerlingen lager onderwijs die aanwezig zijn in de opvanglocatie bij aanvang van het opvanggedeelte 1 toezichter vergoed.
- voor de voorschoolse opvang wordt per begonnen schijf van 20 rechthebbende leerlingen kleuteronderwijs die aanwezig zijn in de opvanglocatie bij aanvang van het opvanggedeelte 1 toezichter vergoed.
- voor de naschoolse opvang wordt per begonnen schijf van 30 rechthebbende leerlingen lager onderwijs die aanwezig zijn in de opvanglocatie bij de aanvang van het opvanggedeelte 1 toezichter vergoed.
- voor de naschoolse opvang wordt per begonnen schijf van 20 rechthebbende leerlingen kleuteronderwijs die aanwezig zijn in de opvanglocatie bij de aanvang van het opvanggedeelte 1 toezichter vergoed.
Voor de middagbewaking, het ochtend- en avondtoezicht zal maximum de duur uitgedrukt in minuten zoals in art. 2 vermeld vergoed worden.
Artikel 8: Voor toekenning van het sociaal voordeel wordt de bruto loonkost, binnen de krijtlijnen van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24/07/1991 over de sociale voordelen, vastgesteld op 17,14 EUR/uur voor het schooljaar 2025-2026.
Artikel 9: De bepalingen van het besluit van de Vlaamse Executieve houdende bepaling van het begrip "sociale voordelen" bedoeld in art. 33 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en van het Decreet flankerend onderwijsbeleid, worden toegepast.
Artikel 10: De nodige kredieten zullen in het budget worden ingeschreven.
Artikel 11: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
De wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen bepaalt dat het schoolbestuur voor haar personeel een arbeidsreglement moet opmaken met daarin een aantal verplichte vermeldingen. Het arbeidsreglement legt de relatie tussen het schoolbestuur en het personeel vast. Voor het opstellen en wijzigen van het arbeidsreglement moeten de onderhandeling- en overlegprocedures worden gevolgd zoals geregeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Met deze beslissing wordt een bijlage 'fietspolicy' toegevoegd aan het reglement.
Besturen in het onderwijs hebben sinds 2025 de mogelijkheid om op een fiscaal gunstige manier hun personeelsleden fietsleasing aan te bieden via het gebruik van (een deel) van de bruto eindejaarstoelage. Het bestuur gaat daarvoor zelf een contract aan met een fietsleasingmaatschappij om een leasingfiets ter beschikking te stellen aan haar personeelsleden. Het bestuur is ‘de leasingnemer’ waaraan de fietsleasingmaatschappij de leasekost factureert. Het bestuur financiert deze leasingkost met het bedrag (flexbudget) dat het personeelslid hiervoor ter beschikking stelt. Het personeelslid moet de leasefiets effectief en regelmatig gebruiken voor (een deel van) het woon-werkverkeer.
Deze bijlage stelt de voorwaarden en modaliteiten vast waaronder de personeelsleden van de onderwijsinstellingen van ons bestuur een beroep kunnen doen op fietsleasing. Het bestuur heeft reeds een overeenkomst met fietsleasemaatschappij o2o voor de personeelsleden van gemeente en OCMW. De personeelsleden van het onderwijs zullen hier nu ook een beroep op kunnen doen.
Juridisch kader
- de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen
- het Koninklijk Besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt: artikel 8bis en artikel 9bis
- het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40
- de omzendbrief PERS/2024/03 van 18 oktober 2024 van het Agentschap voor Onderwijsdiensten
- de vaststelling van het arbeidsreglement in zitting van 21 december 2023
- het Afzonderlijk Bijzonder Overlegcomité (ABOC) gemeentelijk onderwijs Waasmunster van 28 mei 2025
Enig artikel: De raad keurt de bijlage 'fietspolicy' voor het gemeentelijk onderwijs, zoals gevoegd bij dit besluit, goed.
Er werden geen aangevraagde punten ingediend.
De mondelinge vragen kunnen bekeken en beluisterd worden op de website.
De zitting wordt geschorst om 19u32 na de beëdiging van Werner De Nijs om de OCMW-raad af te werken. De zitting wordt opnieuw geopend om 19u37.
De voorzitter sluit de zitting op 25/06/2025 om 20:20.
Namens gemeenteraad,
Bram Collier
algemeen directeur
Mattice Du Tré
voorzitter van de raad