Terug
Gepubliceerd op 17/06/2026

Besluit  gemeenteraad

do 25/06/2026 - 19:30

Subsidiereglement buitenschoolse voor- en naschoolse opvangactiviteiten (BOA)

Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
Jurgen Bauwens, burgemeester
Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
Guido De Cock, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Pauline De Schepper, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Werner De Nijs, Ivan Rousseau, raadsleden
Bram Collier, algemeen directeur
Verontschuldigd: Stefaan Thierens, raadslid
Raf Smet, adjunct-algemeen directeur

De gemeente ontvangt een Vlaamse subsidie voor de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) op haar grondgebied op basis van het aantal kinderen dat in de gemeente woont en het aantal kinderen dat er naar de basisschool gaat. Daarenboven wordt er een verhoging toegepast voor doelgroepkinderen.

Het lokale bestuur beslist zelf hoe het de financiële middelen voor BOA besteedt en verdeelt in de gemeente. Een aanbod kan alleen een subsidie krijgen als het erkend is, via een lokaal erkenningskader voor BOA of via een andere lokaal of bovenlokaal erkenningskader (bijvoorbeeld van jeugd, sport of cultuur).

Minstens één derde van de Vlaamse subsidie moet gaan naar buitenschoolse activiteiten aangepast aan de noden en behoeften van kleuters. Minstens 75% van de subsidie moet gaan naar erkend activiteitenaanbod voor van kinderen uit het kleuter- en lager onderwijs. Maximaal 25% van de subsidie mag gaan naar aan de brede doelstellingen van het BOA-decreet (voornamelijk de regie- en controletaken die de gemeente dient op te nemen). 

De voor- en naschoolse opvang worden in Waasmunster momenteel decentraal georganiseerd door de scholen in elk van hun vestigingsplaatsen. Om deze werking te stroomlijnen over de scholen heen werden – onder meer binnen het kader van de regelgeving ‘sociale voordelen’ – er in het verleden reeds (bindende) afspraken gemaakt zodat de opvanguren en de ouderbijdragen (inbegrepen de sociale kortingen) in elke school gelijk zijn. Voor wat betreft opvang tijdens de schoolvakanties is er de gecentraliseerde vakantieopvang ’t Speelnest in combinatie met een aanbod aan sport- en cultuurkampen georganiseerd door de gemeentelijke vrijetijdsdiensten.

Het lokale samenwerkingsverband evalueert het huidige aanbod als adequaat en kiest ervoor ook in de toekomst op deze twee sporen te blijven werken: tijdens het schooljaar een gedecentraliseerd aanbod in elke vestigingsplaats van een school op het grondgebied dat georganiseerd wordt door het betreffende schoolbestuur, en tijdens de schoolvakanties een gecentraliseerd aanbod dat op één van de schoolsites wordt georganiseerd vanuit de gemeentelijke vrijetijdsdiensten (cluster vrije tijd) met aanvullend in het gemeentelijke vrijetijdscentrum een aanbod aan sport- en cultuurkampen voor diverse leeftijden.

Voor- en naschoolse opvang zo dicht mogelijk – lees door de scholen zelf – laten organiseren garandeert een aanbod aan opvangplaatsen afgestemd op de schoolpopulatie en binnen een omgeving die voor de kinderen vertrouwd aanvoelt. Na aftrek van de benodigde middelen voor regie- en controletaken voorziet dit besluit enerzijds in een budget voor het subsidiëren van inrichtende machten van scholen die erkend worden door de gemeente Waasmunster binnen het erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten Waasmunster (70% van de resterende Vlaamse middelen), anderzijds zal het resterende deel worden aangewend voor de financiering van het gecentraliseerde aanbod vanuit de gemeentelijke vrijetijdsdiensten tijdens de schoolvakanties (30%).

We verwachten dat de schoolbesturen die subsidiëring aanvragen in het kader van dit besluit minimaal de volgende zaken naleven:

- een minimum aantal kinderbegeleiders per groep kinderen.

- het inrichten van een minimaal aantal uren voor- en naschoolse opvang binnen een tijdsbestek dat voor alle locaties op het grondgebied hetzelfde is.

- het hanteren van dezelfde ouderbijdragen, inclusief de sociale kortingen die voor bepaalde doelgroepen worden vastgesteld

De inrichter van de opvang krijgt dus, buiten deze geformuleerde minima, de mogelijkheid om zelf keuzes te maken en de middelen van de subsidie te besteden volgens de eigen specifieke noden van elke opvanglocatie en/of het doelpubliek. De inrichter kan er bijvoorbeeld voor kiezen om in te zetten op meer begeleiders, ruimere openingsuren, kan inzetten op coaching, vorming en opleiding van medewerkers, kiezen voor betere (of meer) uitrusting en materialen, of kan zelfs kiezen om extern aanbod (bv. animatie, doelgroepbegeleiders, …) in te kopen.

Juridisch kader

- het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten van 3 mei 2019 en de uitvoeringsbesluiten daaromtrent

- het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikel 40 en 41

- de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 26 juni 2025 houdende het vaststellen van een visietekst buitenschoolse opvang en activiteiten Waasmunster

- de beslissing van de raad 28 mei 2026 betreffende het vaststellen van een erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten Waasmunster

Adviezen

Visum

  • Gunstig visum VSM/2026/018 van financieel directeur van 15 juni 2026

Besluit

Artikel 1

§1. Inrichtende machten van scholen die erkend worden door de gemeente Waasmunster binnen het erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten Waasmunster kunnen onder de voorwaarden bepaald in dit besluit een subsidie aanvragen voor de organisatie van de voor- en naschoolse opvang in één of meer van hun vestigingsplaatsen tijdens het schooljaar.

§2. Deze subsidie dient jaarlijks, uiterlijk voor aanvang van het nieuwe schooljaar, worden aangevraagd. Door deze aanvraag neemt de aanvrager het uitdrukkelijke engagement om voorwaarden die verbonden zijn aan het verkrijgen van deze subsidie, zoals deze zijn vastgesteld in dit besluit, na te leven.

Artikel 2 

Voor toepassing van dit besluit worden volgende definities gehanteerd:

1) Voorschoolse opvang : opvang van de leerlingen van het lager- en/of kleuteronderwijs vóór de aanvang van de schooldag. Voorschoolse opvang begint om 7:00 uur en eindigt 15 minuten voor aanvang van de schooluren.

2) Naschoolse opvang: opvang van de leerlingen van het lager- en/of kleuteronderwijs na het einde van de schooldag. Naschoolse opvang begint 15 minuten na het einde van de schooldag en eindigt ten vroegste om 18:00 uur.

3) Naschoolse opvang op woensdagnamiddag: opvang van de leerlingen van het lager- en/of kleuteronderwijs na het einde van de schooldag op woensdag. De naschoolse opvang begint 15 minuten na het einde van de schooldag en eindigt ten vroegste om 15:00 uur. Een inrichtende macht met meerdere vestigingsplaatsen op het grondgebied van Waasmunster organiseert op minimum één vestigingsplaats naschoolse opvang voor leerlingen van het lager en het kleuteronderwijs op woensdagnamiddag.

4) Opvanggedeelte: periodes van een half uur waarvan de eerste aanvangt bij het begin van de voor- of naschoolse opvang.

5) Opvanglocatie: Elke vestigingsplaats van kleuter- en/of lager onderwijs op het grondgebied van de gemeente Waasmunster waar en voor- en naschoolse opvang wordt georganiseerd.

Artikel 3

§1.Voor de voorschoolse en naschoolse opvang wordt door de organisator van de opvang een ouderbijdrage gevraagd van 1,27 euro per kind per begonnen half uur. Indien kinderen niet afgehaald worden bij het einde van de naschoolse opvang wordt een boetetarief van 12,70 euro per kind per begonnen half uur aangerekend.

De in het eerste lid vermelde bijdragen worden ieder jaar op 1 september aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand maart van dat jaar volgens de formule: R x I /i

Waarbij:

R = tarieven vastgesteld in dit artikel

I = index van de maand maart

i = index van de maand maart 2026 (basis 2004)

§2. Kinderen die genieten van het WIGW-tarief krijgen een vermindering van 50% op de bijdrage. Om van de vermindering te kunnen genieten dient een attest van het ziekenfonds op naam van het kind met vermelding van de duur van de WIGW erkenning voorgelegd te worden.

§3. Kinderen en jongeren die verblijven in een Organisatie voor Bijzondere Jeugdzorg of een Onthaal,- Oriëntatie en Observatiecentrum, erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap krijgen een vermindering van 50% op de bijdrage. Om van de vermindering te kunnen genieten dient een attest van de instelling voorgelegd te worden;

§4. Ouders waarvan minstens 2 kinderen school lopen in één van de basisscholen op het grondgebied van Waasmunster krijgen een vermindering van 25% op de bijdrage. Deze vermindering is niet cumuleerbaar met de vermindering voor WIGW.

Artikel 4 

De organisator van de opvang dient minimaal de volgende normen m.b.t. personeelsinzet te hanteren:

- Voor de opvang van kleuters: is er per begonnen schijf van 20 kleuters die aanwezig zijn in de opvanglocatie bij aanvang van het opvanggedeelte minimaal 1 kindbegeleider aanwezig.

- Voor de opvang van kinderen lager onderwijs: is er per begonnen schijf van 30 rechthebbende leerlingen lager onderwijs die aanwezig zijn in de opvanglocatie bij aanvang van het opvanggedeelte minimaal 1 kindbegeleider aanwezig.

Artikel 5

§1. Jaarlijks wordt in het kader van het BOA-decreet een subsidiebudget van 145 000 euro voorzien voor het subsidiëren van de voor- en naschoolse opvang die georganiseerd wordt door de organisatoren vermeld in artikel 1. De subsidie wordt toegekend per schooljaar en wordt verdeeld op basis van het aantal ingeschreven leerlingen per opvanglocatie op teldatum van 1 februari van het voorgaande schooljaar.

§2. Het subsidiebudget vermeld in §1 wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de formule vermeld in art. 3 §1 twee lid.

Artikel 6

§1. De organisatoren van de opvang dienen de ontvangen subsidies te verantwoorden door jaarlijks uiterlijk op 1 oktober de nodige bewijsstukken voor te leggen van de personeelskosten en/of andere werkings- of investeringsuitgaven die werden gemaakt in het kader van de organisatie van de voor- en naschoolse opvang in het voorgaande schooljaar.

§2. Indien in §1. bewezen uitgaven niet het gehele bedrag van de verkregen subsidie verantwoorden dan dient de organisator het niet aangewende deel van de subsidie terug te storten.

§3. Indien de voorwaarden zoals bepaald in artikelen 3, 4 en 6 van dit besluit niet worden nageleefd dan wordt de volledige subsidie die verkregen werd voor dat schooljaar teruggevorderd.

Artikel 7

De dienst samenleving (cluster welzijn) wordt belast met de regie en de controletaken in het kader van het BOA-beleid. Deze dienst maakt jaarlijks samen met de actoren van het lokale samenwerkingsverband een kwalitatieve evaluatie van de uitvoering van het BOA-decreet en de besteding van de middelen in het kader van dit besluit en legt deze voor aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor alle betwistingen met betrekking tot dit besluit.