Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom onderworpen zijn aan een voorafgaand
visum. De raad voor maatschappelijk welzijn kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen
uitsluiten van de visumverplichting.
De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.
Omwille van een vlotte werking van het bestuur is het aangewezen is om bepaalde verrichtingen uit te sluiten van visumverplichting.
Het voorliggend besluit wordt positief geadviseerd door de financieel directeur.
Juridisch kader
Het decreet Lokaal bestuur en haar uitvoeringsbesluiten.
In het bijzonder art 266 en 273 van het Decreet Lokaal Bestuur en art 99 van het besluit van de Vlaamse Regering dd 30/03/2018 en haar latere wijzigingen.
Art 1 : De raad beslist dat de visumplicht voorzien in art. 266 van decreet lokaal bestuur dient uitgevoerd te worden onder volgende voorwaarden:
Volgende verrichtingen worden vrijgesteld van de visumverplichting:
Volgende verrichtingen zijn steeds onderworpen aan de visumverplichting:
Art. 2 : Alle voorgaande besluiten aangaande de visumplicht worden opgeheven.