De voorzitter opent de zitting op 23/03/2023 om 19:30.
Voor de aanvang van de zitting wordt aan de inwoners de mogelijkheid gegeven om vragen te stellen van 19.00 uur tot 19.30 uur.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, specifiek artikelen 40, 41, 286, 287 en 288 en 253, met latere wijzigingen;
Artikel 170 §4 van de Grondwet;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder de artikelen 2.9 tot en met 2.14, met latere wijzigingen;
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder boek 2, deel 2 “lokaal woonbeleid”, titel 4 “subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid, dat gemeenten oplegt om leegstaande woningen en gebouwen op te nemen in een register conform de artikelen 2.9 tot en 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
De Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
De gemeenteraad besliste op 22 september 2022 om deel te nemen aan het IGS-project rond wonen van Interwaas (Woonwijzer Waasland). In dit project is de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister door het IGS Woonwijzer Waasland inbegrepen.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook effectief gebruikt wordt, omdat leegstand leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente verhoogt het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Daarom stelde de gemeenteraad in zitting van vandaag het gemeentelijk reglement op leegstand van gebouwen en woningen vast.
De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting;
In voorliggend belastingreglement zijn de vrijstellingen van belasting opgenomen die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Door de aanpassing van het gemeentelijk reglement op leegstand van gebouwen en woningen is het noodzakelijk om ook het bestaande belastingreglement op leegstand van gebouwen, woningen, kamers en overige woongelegenheden van 20 december 2018 aan te passen
Artikel 1 : Algemene bepalingen Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1. Er wordt voor de termijn van 1 mei 2023 tot en met 31 december 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig het gemeentelijk reglement op leegstand van gebouwen en woningen dd. 23 maart 2023.
De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in Artikel 2.Begripsomschrijvingen, van het gemeentelijk reglement op leegstand van gebouwen en woningen van 23 maart 2023.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 2 : Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maand na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
§4. Indien de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte niet in kennis wordt gesteld van de overdracht, de datum ervan en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar blijft de vorige houder van het zakelijk recht (volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de gemeente verstrekte informatie of volgens de gegevens ontvangen van de instrumenterende ambtenaar) belastingplichtig.
Artikel 3 : Tarief van de belasting
§1. De basistarief van de belasting bedraagt :
- 1.500 Euro voor een leegstaande woning
- 2.000 Euro voor een leegstaand gebouw
§2. De belasting bedraagt bij de eerste aanslag het basistarief
§3. Het bedrag van de volgende belastingaanslagen is gelijk aan het resultaat van de volgende formule : het bedrag basistarief vermeld onder §1 vermeerderd met X maal het bedrag van het basistarief waarbij X gelijk is aan het aantal bijkomende periodes van twaalf maanden dat het gebouw, de woning of de kamer zonder onderbreking opgenomen is in de gemeentelijke inventaris of het leegstandsregister. X kan nooit hoger zijn dan 4.
Artikel 4 : Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de gemeentelijke administratieve eenheid of bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woonwijzer Waasland (Interwaas) die door het gemeentebestuur zijn belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen.
§2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 7.
§3. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld :
1°. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt maximum voor één jaar.
2°. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt voor één jaar.
Deze vrijstelling geldt niet indien het zakelijk recht werd verkregen ingevolge :
- overdracht aan vennootschappen die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks in rechten of in feiten gecontroleerd worden;
- overdracht ingevolge fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;
- overdracht aan bloed-en/of aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament
3°. de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt enkel voor de woning die volledig en uitsluitend gebruikt werd als hoofdverblijfplaats door de belastingplichtige en geldt maximum voor één jaar.
4°. de belastingplichtige, houder van het zakelijk recht, die behoort tot één van volgende categorieën :
- sociale huisvestingsmaatschappijen erkend door de VMSW
- de gemeente of het OCMW van Waasmunster
voor zover het panden betreft die voorwerp uitmaken van een intentieverklaring en/of een project met het oog op het realiseren van een meer kwalitatieve woonomgeving.
§4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning :
1°. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2°. geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3°. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling kan maximaal drie keer verleend worden in de drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
4°. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.
5°. gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen bouwvergunning/stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling kan maximaal drie keer verleend worden in de drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de bouwvergunning/stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning.
6°. Gerenoveerd wordt zonder stedenbouwkundige vergunning op voorwaarde dat een renovatienota wordt ingediend. Onder renovatienota wordt verstaan : een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens is opgenomen :
- een gedetailleerd overzicht van de voorgenomen werken;
- een gedetailleerd tijdsschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 3 jaar de woning bewoonbaar wordt gemaakt;
- fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
- indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars;
Deze vrijstelling kan maximum drie keer verleend worden in een periode van drie opeenvolgende jaren.
De vrijstellingen in punt 5° en 6° kunnen niet achtereenvolgens worden verkregen
7°. wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht, dwz te wijten is aan redenen buiten de wil van de houder van het zakelijk recht van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand.
Artikel 5 : Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6 : Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7 : Bezwaar
§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze beslissing bij het College van Burgemeester en Schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 8: Inwerkingtreding
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2023 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk belastingreglement op leegstand van gebouwen, woningen, kamers en overige woongelegenheden van 20 december 2018.
§2. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor 1 mei 2023 blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
§3. Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van voornoemd belastingreglement van 20 december 2018 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.
Artikel 9 Toezicht en bekendmaking
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Dit besluit zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikelen 285 tot en met 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, specifiek artikelen 40, 41, 286, 287 en 288 en 253, met latere wijzigingen;
Artikel 170 §4 van de Grondwet;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder de artikelen 2.9 tot en met 2.14, met latere wijzigingen;
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder boek 2, deel 2 “lokaal woonbeleid”, titel 4 “subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid, dat gemeenten oplegt om leegstaande woningen en gebouwen op te nemen in een register conform de artikelen 2.9 tot en 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
De Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
De gemeenteraad besliste op 22 september 2022 om deel te nemen aan het IGS-project rond wonen van Interwaas (Woonwijzer Waasland). In dit project is de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister door het IGS Woonwijzer Waasland inbegrepen.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook effectief gebruikt wordt, omdat leegstand leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente verhoogt het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Het is wenselijk om binnen het gehele werkingsgebied van IGS Woonwijzer Waasland dezelfde indicaties van leegstand en dezelfde procedure tot vaststelling van leegstand te hanteren. Daarom wordt het gemeentelijk reglement inzake leegstand van gebouwen, woningen, kamers en overige woongelegenheden aangepast.
Art. 1 :
Het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2010 houdende gemeentelijk reglement inzake de opname van woningen en gebouwen in het leegstandsregister op te heffen en te vervangen als volgt:
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen (VCW) Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder :
1° administratie : De gemeentelijk administratieve eenheid en het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woonwijzer Waasland (Interwaas) dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 draagt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister gedeeltelijk over aan Woonwijzer Waasland (Interwaas). Woonwijzer Waasland (Interwaas) fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het college van burgemeester en schepenen duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband heeft een ondersteunende rol en voert gedeeltelijke taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
2° beroepsinstantie :
Het College van Burgemeester en Schepenen;
OF
De leidinggevende personeelsleden van de gemeentelijke administratie en het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woonwijzer Waasland van Interwaas, die door het college van burgemeester en schepenen worden belast met het beslissen over beroepen tegen de opname in het leegstandsregister en tegen geweigerde schrappingen uit het register.
3° beveiligde zending : één van de hiernavolgende betekeningswijzen :
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
4° gebouw : elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van de bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2.1, van het decreet van 19 april 1995 houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
5° kamer : een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
6° leegstaand gebouw : gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenstemt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2.2, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° leegstaande woning : woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
8° leegstandsregister : Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° leegstand bij nieuwbouw : een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
10° opnamedatum : de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen;
11° verjaardag : het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
12° woning : een goed, zoals vermeld artikel 1.3, eerste lid, 66° van de Vlaamse Codex Wonen (elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
13° houder van het zakelijk recht : de houder van één van de volgende zakelijke rechten :
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
14° Omgevingsvergunning: zowel de huidige omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen conform het omgevingsvergunningsdecreet als de stedenbouwkundige vergunning;
15° Beschermd monument: bouwwerk beschermd conform het decreet betreffende het onroerend erfgoed dd. 12 juli 2013
Artikel 2 : Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten :
1° een lijst ‘leegstaande gebouwen’;
2° een lijst ‘leegstaande woningen’.
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen :
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);
4° het nummer en de datum van het opnameattest (de administratieve akte);
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Artikel 3 : Registratie van leegstand
§1. De door het College van Burgemeester en Schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van het genummerd opnameattest (de administratieve akte), waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van het opnameattest (de administratieve akte) geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als de opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst :
- het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
- het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als ‘te huur’ of ‘te koop’;
- het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen; - een volle brievenbus gedurende lange tijd;
- een verwaarloosde tuin (lang gras, onverzorgd, …);
- rolluiken die langdurig neergelaten zijn;
- het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
- de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
- een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
- de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
- getuigenissen : verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent, … ;
- Het pand is aangegeven als tweede verblijf maar uit controle blijkt duidelijk dat de woning niet of onvoldoende gebruikt wordt. Dit is zo indien aan één van volgende drie elementen voldaan is:
o er is een gebrek aan inrichting of huisraad
o het jaarlijks elektriciteitsverbruik is minder dan 400 kWh
o de woning is niet voorzien van een eigenwaterwinning waarvoor een saneringsbijdrage wordt betaald en/of het jaarlijks waterverbruik voldoet niet aan één van de volgende minimale verbruiken:
▪ 10 m³ leidingwater
▪ 7 m³ leidingwater gecombineerd met een hergebruik van regenwater dat is aangesloten op de leidingen in de woning.
Artikel 4 : Kennisgeving van registratie
De houder(s) van het zakelijk recht word(en)t per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat :
- het opnameattest (de administratieve akte) met inbegrip van het beschrijvend verslag.
- informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister.
- informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
- informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.
Artikel 5 : Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten :
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de vermelding van het nummer van het opnameattest (de administratieve akte) en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
- de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd;
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk :
- als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;
- als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, of;
- als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5 . Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Artikel 6 : Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1.7. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1.6, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. De datum van de schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat :
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de vermelding van het nummer van het opnameattest (de administratieve akte) en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
- de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister.
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Artikel 7: Inwerkingtreding
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2023 en heft op en vervangt vanaf die dag het huidige gemeentelijk reglement van 28 april 2010.
§2. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
§3. Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het huidige reglement van 28 april 2010 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.
Artikel 8: Toezicht en bekendmaking
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Dit besluit zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikelen 285 tot en met 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Er is vraag naar bijkomende parkeerplaatsen in functie van het vrijetijdscentrum en het gemeentehuis, daarom werd voorgesteld om het perceel tussen gemeentehuis en Kerkplein in te richten als parking.
Voor het ontwerp van parking wordt voorgesteld de ontwerpopdracht omgevingsaanleg gemeentehuis en resterend deel De Meermin uit te breiden. De terreinen sluiten allen op elkaar aan waardoor het de voorkeur geniet om de ontwerpen door één studiebureau te laten maken.
Juridisch kader
In het kader van de opdracht “Omgevingswerken De Meermin/AC/Kerkplein: aanstellen ontwerper” werd een bestek met nr. 2021/270 opgesteld door de Technische Dienst.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 26 april 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 26 april 2021 om de plaatsingsprocedure te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:
- Technum - Tractebel Engineering nv, Coveliersstraat 15 te 2600 Berchem (Antwerpen);
- Studiebureau Jouret bvba, Klein-Hulststraat 64 te 9100 Sint-Niklaas;
- S.Bilt, Antwerpsesteenweg 45 te 2830 Willebroek.
Er werd 1 offerte ontvangen van S.Bilt, Antwerpsesteenweg 45 te 2830 Willebroek (% Ereloon: 8,5%).
De Technische Dienst stelde op 2 juni 2021 het verslag van nazicht van de offertes op.
In Collegezitting van 7 juni 2021 werd beslist deze opdracht te gunnen aan de firma met de enige offerte (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde S.Bilt, Antwerpsesteenweg 45 te 2830 Willebroek, tegen een ereloonpercentage van 8,5%.
Er is vraag naar bijkomende parkeerplaatsen in functie van het vrijetijdscentrum en het gemeentehuis, daarom werd voorgesteld om het perceel tussen gemeentehuis en Kerkplein in te richten als parking.
Het terrein sluit aan op dat van De Meermin en het gemeentehuis waarvoor bij hoger genoemd besluit S Bilt werd aangesteld en het dus wenselijk is de opdracht aan het studiebureau uit te breiden voor aanleg parking.
Toepasselijke wetgeving:
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 139.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Art. 1 : Goedkeuring wordt verleend aan de uitbreiding van opdracht aan Studiebureau S Bilt tegen zelfde ereloonpercentage (8,5%). Bijkomende ontwerpschetsen voor de parking worden verrekend in regie (kviv tarief)
Art. 2 : De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2021/270.
De Raad,
Sinds de brandweerkazerne is verhuisd naar de site in de Burgemeester Michel Du Tré-straat werd, om de uitrit te beveiligen, het huidige snelheidsregime op de gehele Pontravelaan verlaagd naar 50km/u, in beide richtingen en een bijkomend oplichtingsbord “interventie brandweer” voorzien.
In de Burgemeester Michel Du Tré-straat werd er, gelet op het gemengde gebruik KMO, wonen en school, een zone 30km/u ingevoerd.
Door de brandweerzone, kapitein Dhr. Freddy Aerts, werd ook het ongecontroleerd parkeren in de Burgemeester Michel Du Tré-straat aangegeven.
Het ongecontroleerd parkeren in de straat zorgt voor een problemen als de brandweer wordt opgeroepen. Het toekomen van het brandweerpersoneel wordt bemoeilijkt en het vertrek van de interventievoertuigen is soms quasi onmogelijk.
Burgers parkeren aan de rechterkant van de straat alsook op de strook aan de linkerkant waar ‘enkel laden en lossen voor vrachtwagens’ momenteel is toegelaten
Op dat ogenblik is de vereiste breedte van de rijweg voor passage van brandweervoertuig niet meer gevrijwaard.
Om de doorgang in functie van brandweerinterventies te kunnen waarborgen dienen er verkeerswijzigingen te worden ingevoerd.
Voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen is een stilstaan -en parkeerverbod in te voeren langs beide kanten alsook ter benadrukking van dit verbod een stippellijn aan te brengen.
Om verwarring te vermijden zal de reglementering "enkel laden en lossen voor vrachtwagens" dan ook worden opgeheven.
Deze verkeersmaatregelen moeten in een aanvullend verkeersreglement worden opgenomen en worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
De voorziene maatregel betreft gemeentewegen.
Juridisch kader
Toepasselijke wetgeving:
- Het Decreet Lokaal Bestuur
- De wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
- Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
- Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
- Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
- Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van
de verkeerstekens;
- De omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009;
Art.1 : Zich akkoord te verklaren met het voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen tot invoeren van navolgende verkeersreglementering, stilstaan -en parkeerverbod, grondgebied Waasmunster, zoals voorzien in artikel 2 van dit besluit.
Art.2 : Burgemeester Michel Du Tré-straat - begin straat (vanaf Pontravelaan) tot net voorbij de brandweerkazerne (Burgemeester Michel Du Tré-straat 1)
Art.3 : Zich akkoord te verklaren met het voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen tot opheffing van navolgende verkeersreglementering, "enkel laden en lossen voor vrachtwagens", grondgebied Waasmunster, zoals voorzien in artikel 4 van dit besluit.
Art.4 : in de Burgemeester Michel Du Tre-straat, omgeving brandweerkazerne, zal onderstaande reglementering worden opgeheven.
te verwijderen signalisatie :
Art.5 : Dit aanvullend verkeersreglement treedt in werking van zodra de signalisatie geplaatst is door de wegbeheerder, gemeente Waasmunster.
Art.6 : Alle voorgaande beslissingen die strijdig zijn met het huidig reglement worden opgeheven.
Art.7 : Afschrift van tegenwoordig besluit zal ter kennisgeving worden overgemaakt aan: afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Vlaamse Overheid, Koning Albert II-laan 20 bus 2,1000 Brussel, aan mevr. de Gouverneur van Oost-Vlaanderen, aan Deputatie Dienst Griffie, aan de politierechtbank Dendermonde, Agentschap Wegen & Verkeer en aan de politiezone Hamme-Waasmunster.
Art.8 : Dit reglement zal in overeenstemming met art. 286 van het Decreet Lokaal Bestuur worden bekendgemaakt.
Overwegende dat de gemeente Waasmunster het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 op ondertekenede 23 september 2021.
Overwegende dat binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voortgang moet opgemaakt worden dat na voorleggen aan de gemeenteraad bij Agentschap Binnenlands Bestuur moet ingediend worden.
Overwegende dat hiervoor gebruik gemaakt wordt van het Lokaal Klimaatpactportaal, waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt.
Juridisch kader
Gelet op het ondertekenen door de gemeente Waasmunster van het Burgemeestersconvenant 2030, aangaande de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen.
Gelet op het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemenen engagementen en de vier werven behouden 16 specifieke doelstellingen.
Gelet op art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: "De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied."
De gemeente neem kennis van de rapportering 2022 in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
Thv hoek Groenselstraat - Lange Veldstraat komt een nieuwe verkaveling. De straat is openbaar domein en dient een nieuwe straatnaam te krijgen.
Advies cultuurraad van september 2018:
“Kluizenaarstraat”: in de Lange Velstraat heeft een man als kluizenaar gewoond, eerst jarenlang samen met zijn zuster en dan nog een ganse tijd alleen. Zijn naam was Frans Van Namen. Het was een excentriek man die op een heel aparte en voor de meeste mensen onverklaarbare manier, zijn leven leidde. Kluizenaar is een naam die veelal gegeven werd aan religieuzen die teruggetrokken leefden of aan mensen die om een bepaalde reden een leven van eenzaamheid verkozen of verkiezen. Er zijn meer hedendaagse kluizenaars dan wij vermoeden.
De gemeenteraad besliste deze naam voorlopige vast te stellen in zitting van 22/12/2022.
Juridisch kader
Art. 1: De straatnaam van de nieuw aan te leggen straat thv hoek Groenselstraat - Lange Veldstraat definitief als volgt vast te stellen: “Kluizenaarstraat”.
Art. 2: De officiële instanties (Bpost, brandweer, politie, rijksregister, nutsmaatschappijen, ...) zullen op de hoogte gebracht worden.
De diensten cultuur, sport, jeugd en toerisme bieden activiteiten aan waarvoor deelnameprijzen worden gevraagd, waarvan sommige jaarlijks wijzigen. Deze inkomsten van de activiteiten van de vrijetijdsdiensten worden ingeboekt op het gemeentelijk budget.
De gemeenteraad dient de tarieven voor deze inkomsten vast te stellen, conform het decreet Lokaal Bestuur.
In de gemeenteraad van december 2022 werden de tarieven vastgelegd voor de sport- en jeugdkampen en andere sport- en jeugdactiviteiten.
Het college heeft in zitting van 6/3/2023 - op voorstel van de vrijetijdsdiensten - nog extra vakantieaanbod goedgekeurd voor de Waasmunsterse jeugd voor de week van 28/8 t/m 31/8 met zowel een vernieuwend sportkamp als een origineel cultuurgerichte workshop, dit om zowel de jeugd tegemoet te komen als de ouders met extra opvangmogelijkheden in de laatste week van de vakantie.
Het sportkamp i.s.m. JEPPA-sport richt zich naar kinderen van 6-12 jaar (max. 60 deelnemers) en het cultuurkamp i.s.m. JEF-Jeugdfilms wordt opgesplitst in een groepje van 10 tot 12- jarigen (max. 16 deelnemers/begeleider) en een groepje van 11-14-jarigen (max. 16 deelnemers/begeleider). Bij onvoldoende deelnemers kan er tot 60 dagen vooraf geannuleerd worden.
Om tot een volledige break-even te komen, zouden we de deelnameprijzen als volgt vaststellen:
Sportkamp = 110 euro/deelnemer
Cultuurkamp = 115 euro/deelnemer
De voorstellen van deelnameprijzen werden voorgelegd aan de vrijetijdsraad en kregen een positief advies (dd.13/3/23) - zie bijlage.
Juridisch kader
Toepasselijke wetgeving : Decreet Lokaal Bestuur
Advies van de vrijetijdsraad van 13/3/2023.
Art. 1: De tarieven van de extra activiteiten in de week van 28 t/m 31/8 van het zomeraanbod 2023 vast te stellen als volgt:
- Sportkamp = 110 euro/deelnemer
- Cultuurkamp = 115 euro/deelnemer
Het ontwerp van decreet leersteun bepaalt dat een schoolbestuur moet aansluiten bij één leersteuncentrum (LSC) naar keuze, met uitzondering van een specifiek leersteuncentrum type 4, 6 of 7, georganiseerd door een bestuur van het eigen of een ander onderwijsnet, om leersteun te kunnen ontvangen voor de leerlingen en leerkrachten van zijn school/scholen voor gewoon onderwijs (gewoon basisonderwijs en gewoon secundair onderwijs).
Een dergelijk LSC biedt leersteun aan scholen voor gewoon onderwijs (gewoon basisonderwijs en gewoon secundair onderwijs) die leerlingen hebben met:
- een GC-verslag (verslag gemeenschappelijk curriculum, dit is een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum, vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs en artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs),
- IAC-verslag (verslag individueel aangepast curriculum, dit is een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs en in artikel 294, §2, 1° van de Codex Secundair Onderwijs) of
- OV4-verslag (dit is het verslag vermeld in artikel 294, §2, 2° van de Codex Secundair Onderwijs).
Deze LSC’s komen in de plaats van de huidige ondersteuningsnetwerken. Volgens de ontwerptekst van de memorie van toelichting kiest de Vlaamse Regering hiermee voor een nieuw ondersteuningsmodel.
- Mensen, middelen en expertise worden geconcentreerd in deze nieuwe leersteuncentra, die anders georganiseerd zijn dan de huidige ondersteuningsnetwerken.
- Er wordt gekozen voor een beperkt aantal leersteuncentra die de mogelijkheden maximaal bundelen én garanderen met een voldoende kritische massa.
- Scholen voor gewoon onderwijs kiezen vrij het leersteuncentrum waarbij ze willen aansluiten (los van het net of de koepel waartoe ze behoren) en nemen een belangrijke rol op in de leersteunraad. Jaarlijks kunnen ze kiezen om hun middelen in dat leersteuncentrum onder te brengen waar hun noden optimaal beantwoord worden.
De Vlaamse Regering heeft met de representatieve verenigingen van inrichtende machten (waaronder OVSG) en het gemeenschapsonderwijs op 10 februari 2023 een protocol afgesloten over waar de LSC’s mogen worden opgericht en door welke besturen.
Het schoolbestuur moet zijn keuze meedelen aan het betrokken leersteuncentrum en aan AGODI uiterlijk een maand na de publicatie van dit protocol landschap LSC.
De beslissing voldoet aan de voorwaarden vermeld in art. 21 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.
De vakorganisaties werden per e-mailbericht van 31 januari 2023 geïnformeerd over de intentie om aan te sluiten bij GOplus². Zij formuleerden geen opmerkingen.
Op 13 februari 2023 heeft het overleg in de schoolraad plaatsgevonden (het verslag is opgenomen als bijlage).
Het schoolbestuur moet zijn keuze meedelen aan het betrokken leersteuncentrum en aan AGODI uiterlijk een maand na de publicatie van het vermelde protocol landschap LSC. Door deze zeer strakke timing was het college van burgemeester genoodzaakt om bij hoogdringendheid een voorlopige beslissing te nemen. Deze beslissing wordt bij deze ter bekrachtiging voorgelegd aan de raad.
Juridisch kader
- Het ontwerp van decreet dat op 18 november 2022 een tweede keer principiële principieel werd goedgekeurd ter advies werd voorgelegd aan de Raad van State.
- Het protocol van 10 februari 2023 waarin door de Vlaamse Regering werd vastgelegd welke leersteuncentra mogen worden opgericht door welke besturen.
- De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 27 februari 2023.
- Momenteel werken onze scholen reeds samen met GOplus² als ondersteuningsnetwerk. Vanaf 1 september 2023 zal deze organisatie zich hervormen tot een leersteuncentrum. De directies motiveren hun keuze om de verderwerking te bestendigen op basis van volgende argumenten:
De raad bekrachtigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 27 februari 2023 en sluit op 1 september 2023 met zijn scholen gewoon basisonderwijs aan bij het leersteuncentrum GOplus².
Er werden geen aangevraagde punten ingediend.
De mondelinge vragen kunnen beluisterd worden op de website.
De voorzitter sluit de zitting op 23/03/2023 om 20:35.
Namens gemeenteraad,
Bram Collier
algemeen directeur
Yari Van Kaer
voorzitter van de raad