Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Notulen  gemeenteraad

do 18/12/2025 - 19:30 raadzaal
Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
Jurgen Bauwens, burgemeester
Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
Bram Collier, algemeen directeur
Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

De voorzitter opent de zitting op 18/12/2025 om 19:30.

Voor de aanvang van de zitting wordt aan de inwoners de mogelijkheid gegeven om vragen te stellen van 19.00 uur tot 19.30 uur.

  • Goedkeuren notulen

    • Goedkeuren notulen vorige zitting

      Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
      Jurgen Bauwens, burgemeester
      Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
      Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
      Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
      Bram Collier, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid
  • Openbaar

    • Algemene werking

      • Begraafplaatsen: huishoudelijk reglement - goedkeuring

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        Aanpassing van het gemeentelijk huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen.

        Sinds het gewijzigde decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging, is het mogelijk dat de urne van een eerder overleden echtgenoot of partner mee kan begraven worden bij de echtgenoot of partner die overlijdt, of bijgezet kan worden in een urnenveld of columbarium, of mee uitgestrooid kan worden.

        Daarnaast is het mogelijk dat de urne met as van een eerder overleden gezelschapsdier kan bijgezet of mee begraven worden.

        Het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging legt hiervoor enkele voorwaarden op. De gemeenteraad bepaalt in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen de verdere modaliteiten. Bijgevolg worden artikelen 8 en 9 toegevoegd aan het reglement.

        Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele bepalingen omtrent de sterrenweide en vlinderboom op te nemen.

        Wat betreft de urenzerken valt de verplichting om deze bij het gemeentebestuur aan te kopen weg. De urnenzerken dienen wel aan vastgelegde bepalingen te voldoen, om uniformiteit te bewaren.

        Om het onderhoud op de begraafplaatsen en schade aan naburige graven te vermijden, worden beperkingen opgelegd over het plaatsen van planten, struiken en bomen.

        Juridisch kader

        Juridisch kader:

        - decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging

        - decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan.

        - besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria dd. 14 mei 2004, laatst gewijzigd bij Besluite van de Vlaamse Regering dd. 16 december 2016.

        - het algemeen politiereglement Politiezone Hamme-Waasmunster, zoals vastgesteld in de gemeenteraad van 28 maart 2024

        - het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen zoals vastgesteld in de gemeenteraad dd. 18 december 2014

        - de beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 01/12/2025.

        Motivering:

        - Sinds het gewijzigde decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging, is het mogelijk dat de urne van een eerder overleden echtgenoot of partner mee kan begraven worden bij de echtgenoot of partner die overlijdt, of bijgezet kan worden in een urnenveld of columbarium, of mee uitgestrooid kan worden.

        - Daarnaast is het mogelijk dat de urne met as van een eerder overleden gezelschapsdier kan bijgezet of mee begraven worden.

        - Het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging legt hiervoor enkele voorwaarden op. De gemeenteraad bepaalt in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen de verdere modaliteiten. Bijgevolg worden artikelen 8 en 9 toegevoegd aan het reglement.

        - Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele bepalingen omtrent de sterrenweide en vlinderboom op te nemen.

        - Wat betreft de urenzerken valt de verplichting om deze bij het gemeentebestuur aan te kopen weg. De urnenzerken dienen wel aan vastgelegde bepalingen te voldoen, om uniformiteit te bewaren.

        - Om het onderhoud op de begraafplaatsen en schade aan naburige graven te vermijden, worden beperkingen opgelegd over het plaatsen van planten, struiken en bomen.

         

        Besluit

        Art. 1: De gemeenteraad keurt het gemeentelijk huishoudelijk reglement, zoals toegevoegd in bijlage, goed.

    • Financiën

      • Politie : vaststelling bijdrage aan de politiezone Hamme-Waasmunster

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeentelijke toelage aan de politiezone moet expliciet goedgekeurd worden door de gemeenteraad.  Deze wordt vastgesteld in consensus met de gemeente Hamme en conform de wettelijke bepalingen.

        Juridisch kader

        - Het decreet lokaal bestuur.

        - De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst (WGP), gestructureerd op twee niveaus, inzonderheid de artikelen 40, 71, 72, 73, 74, 75 en 76 en latere wijzigingen.

        - Het ontwerp van politiebegroting 2026, zoals het aan de politieraad van 16/12/2025 werd voorgelegd waaruit blijkt dat, om te voldoen aan de verplichting opgelegd bij artikel 208 van de WGP, 7.141.616,07 euro ten laste moet gelegd worden van de gemeentelijke budgetten 2026  (meerjarenplan) van Hamme en Waasmunster.

        - Het evenwicht in de gewone dienst komt tot stand door een dotatie van de gemeenten aan de politiebegroting die gelijk is aan het verschil tussen de gewone uitgaven en gewone ontvangsten van de politiebegroting.  De gemeentelijke dotatie vormt  bijgevolg het sluitstuk van de politiebegroting. 

        - Conform de verdeelsleutel, in consensus bepaald tussen de gemeente Hamme en Waasmunster, wordt hiervan 4.987.630,13 euro gedragen door de gemeente Hamme en 2.153.985,94 euro door de gemeente Waasmunster.

        - Deze cijfers dienen nog bekrachtigd te worden in de Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting en de Algemene Uitgavenbegroting. Naderhand zal de bevestiging volgen van het bedrag, per zone, door publicatie van het Koninklijk Besluit en zal een eventuele bijsturing gebeuren via de wijziging van het meerjarenplan.

        Besluit

        Artikel 1 : De gewone dotatie van de gemeente Waasmunster aan de politiezone Hamme-Waasmunster wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op 2.153.985,94 euro.

      • Kerkfabrieken : advies jaarrekeningen 2024

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient binnen de 50 dagen een advies uit te brengen m.b.t. de jaarrekeningen van de kerkfabrieken.  Bij nazicht werden er geen leemten vastgesteld.  De gemeente kan bijgevolg de jaarrekeningen gunstig adviseren.

        • De jaarrekening van Sint-Rochus werd op 06/02/2024 goedgekeurd door de kerkraad en op  25/03/2024 via religiopoint aan de gemeente bezorgd.  
        • De jaarrekening van OL Vrouw en Sint-Petrus en Paulus werd op 07/02/2024 goedgekeurd door de kerkraad en op  27/03/2024 via religiopoint aan de gemeente bezorgd
        • De jaarrekening van Sint-Jan Baptist werd op 07/02/2024 goedgekeurd door de kerkraad en op  27/03/2024 via religiopoint aan de gemeente bezorgd

        Juridisch kader

        Toepasselijke wetgeving:

        • Het Keizerlijk decreet op de kerkfabrieken van 30 december 1809.
        • Het Koninklijk besluit van 12 september 1933 betreffende de begrotingen en rekeningen van de kerkfabrieken.
        • Het decreet van 7 mei 2004 en het decreet tot wijziging van het eredienstendecreet van 6 juli 2012; betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten.

        De jaarrekeningen werden ontvangen op 25/03/2024 en 27/03/2024.  De gemeenteraad dient binnen de 50 dagen advies uit te brengen.

        Bij nazicht werden geen grote leemten vastgesteld in de documenten.  

        Besluit

        Art 1:  De jaarrekeningen over het dienstjaar 2023 van de kerkfabrieken St. Rochus, Sint-Jan Baptist en OL Vrouw en Sint-Petrus en Paulus worden gunstig geadviseerd.

      • Gemeentefinanciën : Vaststellen belastingreglement op de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient  het percentage van de aanvullende personenbelasting vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente.

        De inkomsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting vormen al jaren een hoeksteen binnen de fiscale inkomsten van de gemeente.

        Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast te stellen op 7,4%.

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende gemeentebelasting geheven op de personenbelasting ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

        Art. 2 : Het percentage van deze belasting voor alle belastingplichtigen wordt vastgesteld op 7,4 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

        Art. 3 : De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen geschieden door toedoen van het Bestuur van de Directe Belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

        Art. 4 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 5 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient de opcentiemen op de onroerende voorheffing vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        De opcentiemen op de onroerende voorheffing vormen al jaren een hoeksteen binnen de fiscale inkomsten van de gemeente.

        Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 913,13 opcentiemen te heffen op de onroerende voorheffing. 

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Artikelen 464 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit en latere wijzigingen.
        • Het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies.
        Besluit

        Art. 1 : Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de gemeente 913,10 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.

        Art. 2 : De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst.

        Art. 3 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 4 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de algemene belasting bedrijven.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op de algemene belasting bedrijven opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het is verantwoord een algemene belasting te heffen als tussenkomst in de stijgende uitgaven van de openbare dienstverlening. Gezinnen dragen via de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting bij in de financiering van de gemeentelijke openbare dienstverlening. 

        Het gemeentebestuur kan echter geen opcentiemen heffen op de vennootschapsbelasting, waardoor bedrijven relatief minder bijdragen dan gezinnen.  

        Het is maatschappelijk verantwoord de totale gemeentelijke belastingdruk op een zo evenredig mogelijke wijze te verdelen over de bedrijven en de gezinnen in de gemeente, rekening houdend met het feit dat natuurlijke personen die een bedrijvigheid uitoefenen in Waasmunster op het adres dat zij tevens wonen, hiervoor reeds bijdragen via de personenbelasting.

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een jaarlijkse algemene belasting bedrijven geheven.

        Art. 2 : Definiëring:

        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        1. Bedrijf :

        1. de natuurlijke persoon die op 1 januari van het aanslagjaar, als hoofd- en/of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente :

            • een nijverheids-, landbouw-, horeca-, handelsbedrijf of financiële instelling exploiteert;
            • een vrij beroep of een zelfstandige activiteit uitoefenen.

        2. de rechtspersonen die op 01 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente een maatschappelijke of exploitatiezetel hebben. 

        De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) geldt tot bewijs van het tegendeel.

        2. Bedrijfsvestiging : Elke maatschappelijke of exploitatiezetel van een bedrijf.

        Art. 3 :  De algemene belasting bedrijven wordt gevestigd ten laste van de bedrijfsverantwoordelijke, hetzij op zijn persoonlijke naam, hetzij op naam van de vereniging of vennootschap, hoe ook genoemd.

        Art. 4 : Tarief: De belasting wordt vastgesteld op 360,00 euro per bedrijfsvestiging.

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering :

        Het tarief vastgesteld in art. 4  wordt op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarief vastgesteld in artikel 4

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

         

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

        Art. 6 :  Belastingvrijstellingen :

        1. De belasting is niet van toepassing op de bedrijfsvestiging uitsluitend bestemd voor een dienst van openbaar nut, kosteloos of niet, zelfs indien deze goederen niet tot het openbaar domein behoren of in huur genomen zijn, hetzij rechtstreeks hetzij onrechtstreeks door de overheidsinstantie zelf, hetzij door tussenkomst van hun aangestelden. 

        Deze vrijstelling strekt zich niet uit tot de gedeelten van gebouwen door aangestelden van de openbare instanties ten privaten titel en voor eigen gebruik betrokken.


        2. Het bedrijf zoals gedefinieerd in art.2 1.1. is vrijgesteld van de algemene belasting bedrijven indien het gezin van de natuurlijke persoon ingeschreven is in het bevolkingsregister op hetzelfde adres als de bedrijfsvestiging.

        Art. 7 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 8 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 9 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 10 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen  of bij gebrek aan beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

        Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.  De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 11 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 12 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

        Art. 13 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 14 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de algemene belasting gezinnen.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op de algemene belasting gezinnen opnieuw vast te stellen.

        Het gemeentebestuur wil bij het heffen van de algemene belasting op gezinnen zoveel mogelijk rekening houden met de gezinssituatie en de financiële draagkracht van haar inwoners en tweede verblijvers.

        Daarom worden er verschillende tarieven gehanteerd op basis van de hierbovenvermelde criteria.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het is verantwoord een algemene belasting te heffen als tussenkomst in de stijgende uitgaven van de openbare dienstverlening.

        Het is billijk om aan bepaalde categorieën van belastingplichtigen, rekening houdend met hun gezinssituatie of hun financiële draagkracht, een vermindering van de belasting toe te staan.

        Zo is het wenselijk om gezinnen met minstens drie kinderen of met een kind dat ten minste 9 punten behaalt op de schaal van zelfredzaamheid, een belastingvermindering toe te kennen.

        Het is eveneens wenselijk om een belastingvermindering toe te kennen aan alle gezinnen waarvan de referentiepersoon recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming binnen de verplichte ziekteverzekering.

        Op vraag van het OCMW is het eveens wenselijk om een belastingvrijstelling te voorzien voor de gezinnen waarvan de referentiepersoon een leefloon geniet en voor de gezinnen opgevangen in het Lokaal Opvang Initiatief.

        Ten slotte is het billijk om, rekening houdend met de gezinssituatie, een belastingvermindering toe te staan aan alleenstaanden en éénoudergezinnen;

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een jaarlijkse algemene belasting gezinnen geheven.


        Art. 2 : Definiëring :
        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        1. Gezin :

        a. hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft

        b. hetzij een vereniging van twee of meer personen die, al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk eenzelfde woning of woongelegenheid betrekken en er samen leven.
        De wijze van inschrijving in het bevolkingsregister is bepalend voor de omschrijving van het begrip "gezin".


        2. Referentiepersoon : Eén van de gezinsleden ouder dan achttien jaar, die in het gezin zijn/haar eigen belangen en desgevallend die van de medegezinsleden behartigt en zich als dusdanig tegenover derden kenbaar gemaakt heeft, optreedt of gekend is.


        3. Kind :

        a. Elke persoon jonger dan 21 jaar, behorende tot het gezin met uitzondering van de referentiepersoon en diens partner.

        b. Verlengd minderjarigen worden als kinderen jonger dan 21 jaar aanzien.

        c. Kinderen getroffen door een handicap van ten minste 66% of die ten minste 9 punten behalen op de schaal van zelfredzaamheid worden als 3 kinderen aanzien.

        4. Alleenstaande : Een gezin bestaande uit één persoon.

        5. Eénoudergezin : Een gezin dat uitsluitend bestaat uit de referentiepersoon en één of meerdere kinderen te zijner/harer laste.

        6. Tweede verblijf : Elke private verblijfsgelegenheid, ongeacht de toestand waarin deze zich bevindt, waarvoor degene die er kan verblijven niet is ingeschreven in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister op dit adres. Een tweede verblijft kan hetzij een vaste, hetzij een verplaatsbare constructie betreffen.

        7. Zakelijk gerechtigde / houder van het zakelijk recht : De houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        a. de volle eigendom;

        b. het recht van opstal of van erfpacht;

        c. het vruchtgebruik

        Art. 3 : De algemene belasting wordt gevestigd ten laste van de referentiepersoon van :

        1. Ieder gezin dat op 1 januari van het aanslagjaar is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Waasmunster en er werkelijk verblijft. De inschrijving geldt tot bewijs van het tegendeel.

        2. Iedereen die op 1 januari van het aanslagjaar houder is van het zakelijk recht van een tweede verblijf. In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtig in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf.

        Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belasting.

        Art. 4 : Basistarief: De belasting wordt vastgesteld op 156,00 euro per gezin.

        Art. 5 : Afwijkende tarieven en vrijstellingen.

        1. Het tarief voor gezinnen die op 1 januari van het aanslagjaar behoren tot één van volgende categorieën wordt vastgesteld op 40,00 euro :

        a. Gezinnen met 3 kinderen jonger dan 21 jaar.
        b. Gezinnen waarvan de referentiepersoon, zoals bedoeld in artikel 3, geniet van het recht op verhoogde tegemoetkoming binnen de verplichte ziekteverzekering.

        2. Het tarief voor gezinnen die op 1 januari van het aanslagjaar behoren tot één van de volgende categorieën genieten wordt vastgesteld op 78,00 euro :

        a. Alleenstaanden
        b. Eénoudergezinnen

        3. Gezinnen die op 1 januari van het aanslagjaar behoren tot één van volgende categorieën genieten belastingvrijstelling :

        a. Gezinnen waarvan de referentiepersoon, zoals bedoeld in artikel 3, het leefloon geniet.
        b. Gezinnen die worden opgevangen in het Lokaal Opvang Initiatief.

        Als een gezin behoort tot meerdere in dit artikel vermelde categorieën wordt het belast aan het laagste tarief waarvoor het in aanmerking komt.

        Art. 6 : Jaarlijkse indexering :

        De tarieven vermeld in dit reglement worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in artikel 4 en 5

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

        Art. 7 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 8 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 9 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 10 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

        Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 11 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 12 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 13 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 14 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 15 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling het belastingreglement op begravingen, bijzettingen in columbarium, asverstrooiingen en opgravingen.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op begravingen, bijzettingen in columbarium, asverstrooiingen en opgravingen opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Er is een kostprijs verbonden aan de opgraving van een niet gecremeerd stoffelijk overschot door een gespecialiseerd bedrijf.  Het is dan ook billijk hiervoor een vergoeding te vragen.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • De omzendbrief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken dd. 27/01/2000 betreffende de toepassing van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gewijzigd bij de wet van 20/09/1998.
        • Het decreet van 16/01/2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 14/05/2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 21/10/2005 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een “doodskist” of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 24/02/2006 tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid die kunnen opgenomen worden in de schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kan overgemaakt worden. 
        • De omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten.
        • Het decreet van 18/04/2008 houdende wijziging van het decreet van 16/01/2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging Gelet op de artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek
        Besluit

        Art. 1 : : Voor een termijn aanvang nemend op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031 wordt een belasting geheven op begravingen, bijzettingen in een columbarium, asverstrooiing en opgravingen.


        Art. 2: De begravingen, bijzettingen in het columbarium of urnenkelder en asverstrooiingen op één der kerkhoven van Waasmunster, van personen buiten het grondgebied van de gemeente overleden en alhier geen woonplaats hebbende, geeft aanleiding tot een belasting van 300,00 euro.

        Zijn van deze taks ontheven :

        1. voor het vaderland gestorven militairen en burgers 
        2. de personen geplaatst door het OCMW van Waasmunster en die als dusdanig werden afgeschreven uit het bevolkingsregister.
        3. de personen die in de periode van 10 jaar voor hun overlijden gedurende minstens 5 jaar ingeschreven waren in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente.

         

        Art. 3 : De opgraving van een niet gecremeerd stoffelijk overschot, hetzij om het in een andere concessie neer te leggen, hetzij om het uit de voorlopige gemeentekelder naar de familiekelder over te brengen, hetzij om het naar een andere begraafplaats over te brengen, alsmede alle verplaatsingen waarvoor de dienst van de grafmaker nodig zou zijn, zijn onderhevig aan een belasting van 1.800,00 euro.

        Art. 4 : De ontgraving van een urne hetzij uit volle grond, hetzij uit een urnenkelder, een columbarium of een familiekelder om het gecremeerde stoffelijk overschot een andere, door de wet voorziene, asbestemming te geven, alsmede alle verplaatsingen waarvoor de dienst van de grafmaker nodig zou zijn, zijn onderhevig aan een belasting van 420,00 euro.

        Art. 5 : Alle opgravingen en verplaatsingen hebben het heffen van een belasting voor gevolg ten laste van de verzoeker, uitgezonderd deze bij bevel van de rechterlijke of bestuurlijke overheden of deze van voor het vaderland gestorven militairen of burgers.

        Art. 6 : Jaarlijkse indexering :

        De tarieven vermeld in dit reglement worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in dit reglement

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

        Art. 7 : De belasting wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt de belasting ingekohierd en volgt ze de regels van een kohierbelasting. 

        Art. 8 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 9 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

        Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 10: De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 11 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 12 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 13 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 14 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op administratieve prestaties door de gemeentelijke diensten uitgezonderd de cluster omgeving en infrastructuur.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op administratieve prestaties door de gemeentelijke diensten uitgezonderd de cluster omgeving en infrastructuur opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        In toepassing van het gelijkheidsbeginsel is het verantwoord dat de burger voor gelijkaardige documenten eenzelfde kostprijs wordt aangerekend.

        Particulieren vragen geregeld afschriften vragen van allerlei documenten zowel op papier als op digitale drager.

        Omwille van de duidelijkheid voor de burger is het wenselijk is om alle belastingen voor administratieve prestaties door de gemeentelijke diensten met uitzondering van de cluster omgeving en infrastructuur te bundelen in een apart belastingreglement.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.

         

        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting geheven op administratieve prestaties door de gemeentelijke diensten uitgezonderd de cluster omgeving en infrastructuur.

         

        Art. 2 : Het bedrag van de belasting wordt als volgt bepaald :

        1. Op de afgifte van elektronische identiteilskaarten van Belgen : een gemeentelijke belasting van 4,80 euro per identiteitskaart verhoogd met de kostprijs aangerekend door FOD Binnenlandse Zaken aan het gemeentebestuur.
        2. Op de afgifte, vernieuwing, verlenging of vervanging van de elektronische verblijfsbewijzen voor vreemdelingen : een gemeentelijke belasting van 4,80 euro verhoogd met de kostprijs aangerekend door FOD Binnenlandse Zaken aan het gemeentebestuur.
        3. Op de afgifte van elektronische identiteitsdocumenten voor kinderen van Belgische nationaliteit jonger dan 12 jaar (de Kids ID) : de kostprijs aangerekend door FOD Binnenlandse Zaken.  Op verzoek van de persoon of de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over een kind onder de twaalf jaar kan een identiteitsdocument worden afgegeven op naam van dit kind.
        4. Op de afgifte van elektronische identiteitsbewijzen voor kinderen van vreemde nationaliteit jonger dan twaalf jaar : een gemeentelijke belasting per identiteitsbewijs gelijk aan de kostprijs aangerekend door FOD Binnenlandse Zaken voor de Kids ID.  Op verzoek van de persoon of de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over een kind onder de twaalf jaar kan een identiteitsbewijs worden afgegeven op naam van dit kind.
        5. Op de afgifte van reispassen aan personen ouder dan 18 jaar : een gemeentelijke belasting van 6,00 euro verhoogd met de aanmaakkost en het consulair recht aangerekend door de federale overheid aan het gemeentebestuur
        6. Op de afgifte van reispassen aan personen jonger dan 18 jaar: de aanmaakkost aangerekend door de federale overheid aan het gemeentebestuur.
        7. Op het afleveren van rijbewijzen : Een gemeente|ijke belasting van 4,80 euro verhoogd met de retributies en vergoedingen aangerekend door de federale overheid aan het gemeentebestuur.
        8. Op het opnieuw afleveren, aan het loket burgerzaken, van de codes verbonden aan de elektronische identiteitskaarten en de elektronische identiteitsdocumenten 6,00 euro per identiteitskaart of identiteitsdocument.
        9. Op de procedure voor het wijzigen van de voornaam :
          1. 125,00 euro voor een gewone voornaamswijziging
          2. 12,50 euro voor de voornaamswijziging van een transgender.
          3. gratis voor personen van een vreemde nationaliteit die een verzoek tot verkrijging van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en die geen voornaam hebben.
        10. Op het opzoeken door gemeentepersoneel van genealogische gegevens uit het archief in het kader van stamboomonderzoek  :
          1. Prestaties minder dan 15 minuten: 7,50 euro
          2. Prestaties tussen 15 en 30 minuten: 15,00 euro
          3. Prestaties tussen 30 en 60 minuten: 30,00 euro
          4. Voor elke bijkomende begonnen halfuur na 1 uur: 30,00 euro
        11. Op de afgifte van allerlei uittreksels afschriften die op verzoek worden uitgereikt :
          1. 0,20 euro voor een zwart-wit kopie A4-recto
          2. 0,40 euro voor een zwart-wit kopie A4-recto verso of A3-recto
          3. 0,80 euro voor een zwart-wit kopie A3 recto verso
          4. 1,20 euro voor kleurenkopie A4-recto
          5. 2,40 euro voor een kleurenkopie A4- recto verso of A3-recto
          6. 4,80 euro voor een kleurenkopie A3 recto verso

        Er worden geen kopieën afgeleverd op andere wijze, drager of in andere dan de hiervoor vermelde formaten.


        Art. 3 : Belastingvrijstellingen

        Stukken, documenten, formulieren ed. die van de belasting zijn vrijgesteld :

        1. De stukken, welke krachtens een wet, Koninklijk Besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven.
        2. De stukken welke aan onvermogende personen worden afgegeven. De staat van onvermogen wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk.
        3. De machtigingen met betrekking tot godsdienstige of politieke demonstraties.
        4. De machtiging met betrekking tot activiteiten, die als dusdanig reeds het voorwerp zijn van de heffing van een belasting of retributie ten behoeve van de gemeente.
        5. De stukken die worden afgeleverd aan eenieder die verklaart dat ze dienen te worden voorgelegd om een tewerksteIIing te bekomen, te kunnen solliciteren of aan examens of proeven deel te nemen met het oog op een eventuele aanwerving.
        6. De geldigheidsverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de N.M.B.S., De Lijn en de openbare vervoerdiensten.
        7. De stukken, welke krachtens een wet, een Koninklijk Besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen zijn.  Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten die ambtshalve toekomen aan de gemeenten belast met het afgeven van reispassen en waarvan sprake is in het Regentsbesluit dd. 26/07/1948.

        Instanties die van de belasting zijn vrijgesteld :

        1. De gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen alsook de instellingen van openbaar nut.


        Art. 4 : Jaarlijkse indexering :

        De tarieven vermeld in dit reglement worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in artikel 2

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

         

        Hierbij gelden met uitzondering van art. 2.9.b en art. 2.11 volgende afrondingsregels :

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

         

        Voor de tarieven vermeld in art. 2.9.b en  art. 2.11 gelden de volgende afrondingsregels:

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

         

        Art. 5 : De belasting wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt de belasting ingekohierd en volgt ze de regels van een kohierbelasting.

        Art. 6 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 7 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 8 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 9 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 10 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 11 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 12 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op bewegwijzering

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op bewegwijzering vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het gemeentebestuur wenst de wildgroei van bewegwijzering tegen te gaan en éénvormigheid na te streven.  Hiervoor is een zekere coördinatie vereist van de plaatsing van deze bewegwijzering.  De gemeente wenst deze coördinatie op zich te nemen.

        Het is billijk dat het gemeentebestuur een vergoeding vraagt voor deze coördinatie.

        Het is tevens billijk dat het gemeentebestuur een vergoeding vraagt voor de kosten van aankoop, plaatsing en onderhoud van deze bewegwijzering.

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.

         

        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een jaarlijkse belasting op bewegwijzering geheven.

        Art. 2 : Voor het plaatsen van bewegwijzering naar private bedrijven of instellingen op de openbare weg of zichtbaar van op de openbare weg, zoals bedoeld in het K.B. houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, dient een schriftelijke aanvraag ingediend te worden bij het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 3 : De bewegwijzering bedoeld in art. 2 zal uitsluitend aangekocht en geplaatst worden door het gemeentebestuur.  Buiten de bewegwijzering gekocht en geplaatst door het gemeentebestuur mag geen enkele andere bewegwijzering voor private instellingen of bedrijven worden geplaatst.

        Art. 4 : De belasting is verschuldigd door de private bedrijven en instellingen die een aanvraag hebben ingediend om bewegwijzering te plaatsen.

        Art. 5 : Tarief: De belasting op het plaatsen van bewegwijzeringsborden bedraagt 108,00 euro per bord en dient vooraf betaald te worden door de aanvrager. Boven de éénmalige belasting van 108,00 euro bij plaatsing van de bewegwijzering is de aanvrager jaarlijks een belasting verschuldigd van 30,00 euro per bord..

        Art. 6 : Jaarlijkse indexering

        De tarieven vastgesteld in dit regelment worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in artikel 5.

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.


        Art. 7 : Belastingvrijstellingen

        Van de belasting zijn vrijgesteld :

        • Private instellingen met als hoofddoel onderwijs of opvoeding.

         

        Art. 8 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 9 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 10 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 11 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen  of bij gebrek aan beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

        Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.  De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 12 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 13 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

        Art. 14 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 15 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op sommige tussenkomsten van de gemeentepolitie.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op sommige tussenkomsten van de gemeentepolitie opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het opruimen van sluikstorten, het weghalen, bewaren en stallen van autovoertuigen, het nodeloos alarmeren van de politie en het vervoer van bestuurlijk aangehouden personen, dronken personen of personen die zich in een soortgelijke toestand bevinden ten gevolge van het gebruik van verdovende of hallucinatie verwekkende middelen, veroorzaakt heel wat bijkomende kosten voor het gemeentebestuur.

        Het is dan ook billijk om hiervoor een belasting aan te rekenen.  Dit kan bovendien helpen het beroep op de politie voor bovenvernoeme prestaties tot een minimum te herleiden.

        In het kader van de IPZ Hamme-Waasmunster is het wenselijk om in beide gemeenten een zelfde tarifering toe te passen voor gelijkaardige prestaties.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.

         

        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting geheven op sommige tussenkomsten van de gemeentepolitie.

        Art. 2 : De belasting is hoofdelijk verschuldigd door degenen die de interventie noodzakelijk maken, door degene die hen opdracht of toelating gaf en door de eigenaar voor zover aangenomen en bewezen kan worden dat de eigenaar effectief schuldig of medeplichtig is.

        Art. 3 : Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt :

        1. Het weghalen van autovoertuigen : terugvorderen van de door de gemeente betaalde takelkosten. Het gemeentebestuur zal de door haar te betalen factuur van de takelkosten ter staving van de aanslag voorleggen aan de belastingplichtige.
        2. Het bewaren en stallen van autovoertuigen : 6,25 euro/dag Elke begonnen dag wordt als een volledige dag geteld.
        3. Nodeloos alarmeren van de politie zoals bepaald in het K.B. dd. 28/05/91 en het M.B. dd.08/10/93 : 150,00 euro per oproep vanaf het derde nodeloos alarm.
        4. Vervoer van dronken personen of van personen die zich in soortgelijke toestand bevinden ten gevolge van het gebruik van verdovende of hallucinatie verwekkende middelen naar huis, naar een verpleeginstelling of naar een politiekantoor: 150,00 euro.
        5. Vervoer van bestuurlijk aangehouden personen naar een politiekantoor of naar een andere eindbestemming die naargelang het geval meer aangewezen zou kunnen zijn (thuis, verpleeginstelling, bij de meerderjarige die het ouderlijke gezag of feitelijk toezicht uitoefent, enz.): 150,00 euro
        6. Het weghalen van allerhande afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen, of in niet-reglementaire recipiënten : 500,00 euro per weghaalbeurt inclusief de door de reinigingsdienst gemaakte kosten, de personeels-, de administratieve en de vervoerskosten. Wanneer de werkelijke kosten voor ophaal en vervoer voornoemd bedrag overstijgen, zal de werkelijke kostprijs aangerekend worden.

        Art. 4 : De belasting wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt de belasting ingekohierd en volgt ze de regels van een kohierbelasting.

        Art. 5 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 6 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 7 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 8 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

         

        Art. 9 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 10 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 11 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

         

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op dragende verticale constructies.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement dragende verticale constructies vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        De gemeente Waasmunster dient als kern in het buitengebied en deel uitmakend van de Durmevallei bijzondere aandacht te besteden aan de open ruimtegebieden op haar grondgebied.

        Een aantal dragende verticale constructies veroozaken aanzienlijke landschapsvervuiling en visuele pollutie binnen de open ruimtegebieden in de gemeente.   Hierdoor wordt de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden sterk aangetast en negatief belast.  Het is derhalve billijk om een belasting te vestigen op deze dragende verticale constructies.

        Het belastingreglement dd 20/12/2018 dient bijgevolg verlengd te worden.  Gezien de tarieven sinds de oorspronkelijke invoering van deze belasting nooit werden aangepast aan de levensduurte is het billijk een aanpassing door te voeren.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.

         

        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting geheven dragende verticale constructies.

        Art. 2 : Definiëring:

        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        Verticaal dragende constructie :  Iedere verticale structuur met een hoogte van minstens 15 meter boven het maaiveld, die dient als draagstructuur voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, zendinstallaties, radio-installaties of het transport van energie.

        Art. 3 : De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de verticaal dragende constructie op 01 januari van het aanslagjaar.

        Art. 4 : Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 4.050,00 euro per jaar per verticale constructie.

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering

        Het tarief vermeld in dit reglement wordt op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarief vastgesteld in artikel 4

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

        Art. 6 : De belastingplichtige moet, ten laatste op 31 maart van het desbetreffende aanslagjaar, aangifte doen van het aantal belastbare constructies door middel van het door de gemeente voorgeschreven formulier. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen moet er zelf één vragen.

        Art. 7 : Bij gebrek van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

        Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

        Art. 8 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 9 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 10 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 11 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 12 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 13 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

         

        Art. 14 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 15 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 16 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

         

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op kampeerterreinen

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op kampeerterreinen opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.

         

        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting geheven op kampeerterreinen.

        Art. 2 : Definiëring:

        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        1. Kampeerterreinen :  Iedere terreingerelateerd logies als bedoeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17/03/2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.
        2. Plaats : iedere plaats als gedefinieerd in bijlage 6 A van het besluit van de Vlaamse Regering van 17/03/2017.

        Art. 3 : De belasting is verschuldigd door de exploitant van het kampeerterrein.

        Art. 4 : De belasting wordt vastgesteld op 120,00 euro per plaats, volgens de maximaal toegelaten en in de vergunning vermelde bezetting.

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering :

        Het tarief vermeld in dit reglement wordt op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarief vastgesteld in artikel 4

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

         

        Art. 6 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 7 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 8 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 9 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 10 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 11 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 12 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 13 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 14 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op reclamevoertuigen op de openbare weg of het openbaar domein.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op reclamevoertuigen op de openbare weg opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting geheven op het gebruik van de openbare weg of het openbaar domein voor publicitaire doeleinden door middel van reclamevoertuigen, ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die de reclame voert.

        Art. 2 : Onder reclamevoertuigen wordt verstaan :

        Aanhangwagens of voertuigen, al dan niet uitgerust met een motor, dewelke op de openbare weg of het openbaar domein worden geplaatst met het oog op louter publicitaire doeleinden

        Art. 3 : Worden niet als reclamevoertuig aanzien :

        1. De voertuigen die publiciteit voeren die betrekking heeft op de handel of de nijverheid van de vervoerder en bovendien uitsluitend dienen voor het vervoer van koopwaar.
        2. De voertuigen die bijkomstig voorzien zijn van publiciteit en niet met uitsluitend publicitaire doeleinden de openbare weg gebruiken.

        Art. 4 : De belasting wordt vastgesteld op 30,00 euro per dag en per voertuig. Breuken van dagen worden als volledige dagen geteld.

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering

        De tarieven vermeld in dit reglement worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in artikel 4

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

        Art. 6 : Degene die overeenkomstig de voorschriften van dit belastingreglement belastingplichtig is moet hiervan minstens 24 uur vooraf aangifte doen bij het gemeentebestuur.

        Art. 7 : Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.

        Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd brengt het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat daartoe is aangesteld overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 30/05/2008, de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van:

        • de redenen waarom gebruik wordt gemaakt van deze procedure;
        • de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen ;
        • het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van deze kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt de kennisgeving geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop ze toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        De belasting wordt niet gevestigd voor deze termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.

        Als de belasting ambtshalve is gevestigd moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

        Art. 8 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 9 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 10 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 11 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 12 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 13 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 14 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 15 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 16 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de verhaalbelasting op werken van aanleg of uitbreiding van het waterleidingnet.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op de verhaalbelasting op werken van aanleg of uitbreiding van het waterleidingnet opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het is wenselijk om de kosten van de werken van aanleg of uitbreiding van het waterleidingsnet te verhalen op de eigenaars van de eigendommen, gelegen waar de werken plaatsvinden.

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een verhaalbelasting geheven op werken van aanleg of uitbreiding van het waterleidingnet.

        Art. 2 : Worden onderworpen aan een jaarlijkse belasting, waarbij de door de gemeente gedane kosten worden teruggevorderd, de al dan niet rechtstreeks aangelande eigendommen die gelegen zijn langs de wegen en gedeelten van wegen waarin een waterleidingsnet wordt aangelegd of uitgebreid.  De terugvordering wordt in principe vastgesteld op 100% van de som van de verhaalbare uitgave, benevens de intresten.

        Art. 3 :

        §1 : de terugvorderbare uitgaven zijn: - de kosten voor het opstellen der plans - de kosten voor de installaties en voor de plaatsing ervan, alsmede van alle bijhorigheden waaronder de brandmonden - de kosten van verwijderen en terugplaatsen van de wegbedekking, de trottoirs en de trottoirbanden - de kosten die voortspruiten uit technische moeilijkheden die men ontmoet bij het uitvoeren van het werk - de kosten van toezicht en aanbesteding, die 8 % van de kosten der werken niet mogen overschrijden - de kosten van verplaatsen en wegnemen der oude leidingen, alsmede de kosten van verplaatsen van beplanting.

        §2.Het bedrag van de verhaalbare uitgaven wordt berekend op een doorsnede der buizen van max. 100 mm.

        Art. 4 : De terugvorderbare uitgave die elke eigendom treft wordt bekomen door het geheel der verhaalbare uitgaven te delen door het aantal percelen die door de uitvoering van de werken kunnen aangesloten worden op het waterleidingsnet.  Onder “perceel” wordt verstaan : een lot binnen een verkaveling; een kadastraal gekend perceel buiten een verkaveling.

        Art. 5 : Het eigendom of gedeelte van een eigendom gelegen op de hoek van twee wegen of van twee gedeelten van de weg en dat langs elk van deze wegen of gedeelten van de weg aan de straatzijde gelegen is, wordt vrijgesteld:

        - indien de werken achtereenvolgens in de twee wegen uitgevoerd werden voor de verwezenlijking van verschillende ontwerpen : voor de belasting die verschuldigd is voor de weg waar de werken in laatste instantie werden uitgevoerd.

        - indien de werken gelijktijdig in de twee wegen werden uitgevoerd: voor één van beide belastingen. Deze bepaling is slechts van toepassing wanneer de assen van de wegen of gedeelten van wegen tegenover het betrokken eigendom een hoek vormen van ten hoogste 120°.

        Art. 6 : De jaarlijkse belasting omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling der terugvorderbare uitgaven, vermeerderd met het bedrag van de intrest die op het nietteruggestorte gedeelte moet worden betaald. 

        In geval een lening werd aangegaan ter financiering van de uitgave: de aflossingswijze en -duur van de totale belastingschuld is dezelfde als voor de lening die door de gemeente werd aangegaan met een vaste intrest. Dit is de rentevoet welke op het ogenblik dat de werken ten einde zijn, toepasselijk is op de door een financiële instelling (die, naargelang het geval, voldoet aan het voorschrift van de artikelen 7, 65 en 66 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen), aan de gemeente toegestane lening voor de financiering van werken van dezelfde aard als die welke aanleiding geven tot de belasting. 

        Indien geen lening werd aangegaan, dan wordt de duur van de terugbetaling vastgesteld op 5 jaar, door middel van jaarlijkse schijven met een vaste intrest. Dit is de rentevoet welke op het ogenblik dat de werken ten einde zijn, toepasselijk is op de door een financiële instelling (die, naargelang het geval, voldoet aan het voorschrift van de artikelen 7, 65 en 66 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen) toe te stane lening voor de financiering van de werken van eenzelfde aard als deze welke aanleiding geven tot de belasting.

        Art. 7 : Iedere belastingplichtige mag zich kwijten van zijn belastingschuld:

        1. Door middel van jaarlijkse schijven;

        2. Hetzij, na één of meer jaarlijkse schijven betaald te hebben, door het bedrag van het kapitaalsaldo te betalen.  In dit geval moet hij daartoe een schriftelijk per post aangetekende aanvraag richten tot het gemeentebestuur voor 1 januari van het dienstjaar te rekenen waarvan hij de betaling van de jaarlijkse schijven zou willen staken; 

        3. Door ineens het bedrag van zijn aandeel te betalen: in dit geval moet hij daartoe een schriftelijk per post aangetekende aanvraag richten tot het gemeentebestuur binnen de veertien dagen volgend op het hem, tegen ontvangstbewijs, afgeleverd bericht waarbij hem het beëindigen der werken en het verschuldigd aandeel worden bekend gemaakt.

        Art. 8 : De in 3. van vorig artikel voorziene kwijtingsmogelijkheid zal een verplichting worden wanneer het aandeel de som van 75,00 euro niet overschrijdt. Bij verandering van eigenaar geldt dezelfde verplichting indien, na 1 januari volgend op de eigendomsoverdracht , het kapitaalsaldo de som van 75,00 euro niet overschrijdt.

        Art. 9 : De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar. Ingeval er een recht van opstal, een recht van erfpacht of een recht van vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachter of de vruchtgebruiker, terwijl de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de belasting.  Wanneer de eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen waarop de verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw, verdeeld onder hen in verhouding tot hun respectief aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten. Ingeval van overgang van onroerende zakelijke rechten, wordt de nieuwe houder belastingplichtig  vanaf 1 januari volgend op de datum der akte die hem het recht toekent.

        Art. 10 : Worden op het kohier gebracht, diegene die belastingplichtig zijn op 1 januari van het kalenderjaar tijdens hetwelk de werken voltooid zijn en op 1 januari van elk volgend belastingjaar.

        Art. 11 : Het eerste kalenderjaar van de belasting komt overeen met het kalenderjaar tijdens hetwelk de werken voltooid zijn, wat zal blijken uit een P.V. van voorlopige aanvaarding. Doch wanneer de werken voltooid zijn tijdens het laatste kwartaal van een kalenderjaar, zal het eerste dienstjaar van de belasting overeenstemmen met het eerste daaropvolgend kalenderjaar.

        Art. 12 : De belasting wordt uitgesteld in volgende gevallen:

        - voor de niet-bebouwde terreinen welke gelegen zijn in de landelijke zone van de gemeente. Deze landelijke zone omvat: de groenzone, de landbouwzone en alle andere zones waarop het in beginsel niet toegelaten is exclusief woongebouwen op te richten zoals vermeld in het goedgekeurd gewestplan zoals het desgevallend gewijzigd zal worden.

        - voor de terreinen waarop het ingevolge een beslissing van de overheid niet toegelaten is of niet mogelijk is te bouwen; ter zake worden de aaneenpalende terreinen die aan dezelfde eigenaar toebehoren, als één geheel beschouwd.

        - voor de eigendommen die technisch niet aan het waterleidingsnet kunnen aangesloten worden. Wanneer de toestand om reden waarvan de belasting uitgesteld werd, geheel of gedeeltelijk een einde neemt voor het verstrijken van een periode van 5 jaar te rekenen vanaf het eerste belastingjaar, is de jaarlijkse belasting van volledig verschuldigd vanaf 1 januari hierop volgend. Indien, bij het verstrijken der 5 jaren deze toestand nog geen einde genomen heeft, wordt het goed definitief vrijgesteld.

        Art. 13 : De bepalingen van eventueel vroeger van kracht zijnde reglementen op de verhaalbelastingen blijven van toepassing op de toestanden die tijdens hun heffingstermijn ontstonden.

        Art. 14 : In geval van opheffing van de verordening of wanneer een gunstiger belastingregime wordt aangenomen voor het verstrijken van de terugbetalingstermijn zal de gemeente aan de belastingplichtigen die hun belastingaandeel ineens hebben betaald, de terugbetaling doen van het eisbaar geworden kapitaal van de belastingschuld.

        Art. 15 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 16 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 17 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 18 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen  of bij gebrek aan beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

        Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.  De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 19 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 20 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 21 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 22 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 23 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op het inzamelen en verwerken van huishoudelijk restafval en aan huishoudelijk afval gelijkgesteld restafval.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op het inzamelen en verwerken van huishoudelijk restafval en aan huishoudelijk afval gelijkgesteld restafval opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het is billijk dat de aanbieders van huishoudelijk afval een bijdrage betalen in de ophaling en verwerking van dit afval.

         

        Door de stijgende kosten voor de ophaling en verwerking van het restafval is het noodzakelijk de tarieven vastgesteld in voornoemd belastingreglement aan te passen.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.
        • Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) en wijzigingen, inzonderheid art. 26.
        • Het Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) en wijzigingen.
        • Het Lokaal Materialenplan (Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval) dat op 26 mei 2023 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting op het inzamelen en verwerken van huishoudelijk restafval en aan huishoudelijk afval gelijkgesteld restafval geheven.

        Art. 2 : Toepassingsgebied:

        1. Terminologie:
          1. Onder restafval wordt verstaan:
            Alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van de particuliere huishouding en/of afvalstoffen ontstaan door een daarmee vergelijkbare bedrijfsactiviteit zowel naar hoeveelheid als naar samenstelling en die in een daartoe bestemde recipiënt kunnen worden aangeboden met uitzondering van papier en karton, PMD, glas, textiel, KGA (Klein Gevaarlijk Afval), GFT, snoeihout, oude metalen, houtafval, herbruikbare goederen en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.
          2. Onder Diftar wordt verstaan:
            Gedifferentieerde tarieven waarbij per huishouden geregistreerd wordt hoeveel afval aangeboden wordt op basis van ledigingsgewicht en aanbiedfrequentie, en waarbij de kosten individueel en correct toegewezen worden aan de gebruiker.
        2. Belastbaar feit: De belasting wordt geheven per keer dat :
          1. restafval voor ophaling wordt aangeboden
          2. een container wordt geruild
          3. een containerslot wordt geplaatst
          4. een tweede container wordt aangekocht

          Art. 3 : Berekeningsgrondslag:

        1. De ophaling van restafval gebeurt per aansluitpunt door middel van containers van 40, 120, 240 of 1.100 liter. Deze containers zijn eigendom van MIWA. Elke container bevat een ingebouwde elektronische gegevensdrager (chip) waardoor de identiteit van de normale gebruiker is gekend. De containers behoren toe aan de fysische locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het ophaalpunt. 

        De belasting wordt vastgesteld via het Diftar-systeem.

        2. Voor ophaalpunten waar geen containers voor restafval ter beschikking worden gesteld, wordt het restafval verzameld in ondergrondse containers voor aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, waar via een toegangsbadge toegang verleend wordt tot het systeem en een registratie plaats vindt van de hoeveelheid aangeboden restafval. Deze ondergrondse containers worden door MIWA ter beschikking gesteld.

        De belasting wordt vastgesteld per inworp.

        3. Een afmelding als referentiepersoon naar aanleiding van een verhuizing, van een overlijden of van een gelijkaardige omstandigheid moet schriftelijk gebeuren bij MIWA, waarna het Diftar-systeem wordt afgesloten en de container(s) voor verder gebruik word(t)(en) geblokkeerd.
         

        Art. 4 : Tarieven:

        1. Voor aangeboden restafval door middel van niet ondergrondse containers

        a.  Basisbelasting

            1. voor elke eerste 100 kilogram per kalenderjaar per op 1 januari van het aanslagjaar gedomicilieerd gezinslid : 0,27 EUR per kilogram
            2. voor elke bijkomende kilogram binnen hetzelfde kalenderjaar per gezin : 0,35 EUR per kilogram

        b. Forfaitair voor de lediging

            1. van een container van 40 liter : 0,16 EUR per lediging
            2. van een container van 120 liter : 0,32 EUR per lediging
            3. van een container van 240 liter : 0,64 EUR per lediging
            4. van een container van 1.100 liter : 2,65 EUR per lediging

        2. Voor aangeboden restafval door middel van ondergrondse containers :  forfaitair 1,35 EUR per inworp

        3. Diverse andere tarieven

        a. Omruiling van een container

            1. op vraag van de containergebruiker 35,00 EUR per omruiling
            2. eenmalig voor een nieuwe containergebruiker binnen de 3 maand na activatie gratis
            3. tevergeefse wissel : 35,00 EUR per verplaatsing

         

        b. Plaatsen van een containerslot op verzoek van de containergebruiker (eenmalig) 35,00 EUR forfaitair

        c. Aankoop van een tweede container of vervanging van een doelbewust beschadigde container

            1. container van 40 liter : 35,00 EUR
            2. container van 120 liter : 45,00 EUR
            3. container van 240 liter : 50,00 EUR

         

         

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering :

        De tarieven vermeld onder artikel 4  worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd en dit voor een eerste maal op 1 januari 2027, waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule.

        Voor de berekening wordt het oorspronkelijk tarief vastgesteld op 01/01/2026 (P) vermenigvuldigd met de eindindex ( consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 augustus van jaar voorafgaand aan het aanslagjaar (c)) en gedeeld door de beginindex (consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026(C)).

        k = P * c / C

        waarbij :

        P = Tarief op 1 januari 2026

        C = consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026

        c = consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 augustus van jaar x-1

        x = aanslagjaar

        k = het nieuwe tarief volgende de bovengenoemde afrondingsregels.

        De herziene bedragen kunnen echter nooit de maximumtarieven zoals vastgesteld door OVAM overschrijden. Bij overschrijding wordt automatisch het wettelijk vastgestelde maximumtarief gehanteerd.

         

        Art. 6:  Belastingplichtige

        De belasting op de ophaling en verwerking van restafval is verschuldigd door:

        • de referentiepersoon van elk gezin als zodanig ingeschreven in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister;
        • de referentiepersoon van elk gezin dat op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of verblijfsgelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister en dat beroep doet op de betrokken dienstverlening;
        • verenigingen, scholen, gemeenschapshuizen, rusthuizen, kerkfabrieken, openbare en semi-openbare instellingen…, die geïnitialiseerd zijn als ophaalpunt en per afzonderlijk ophaalpunt van restafval als dusdanig gekend zijn, en die als afvalproducent gebruik maken van MIWA-container(s) voorzien van een chip en/of gebruik maken van ondergrondse MIWA-containers door middel van een toegangsbadge.
        • de zaakvoerder van de bedrijven die geïnitialiseerd zijn als ophaalpunt en per afzonderlijk ophaalpunt van restafval als dusdanig gekend zijn, en die als afvalproducent gebruik maken van een MIWA-container voorzien van een chip en/of gebruik maken van een ondergrondse MIWA-container door middel van een toegangsbadge.

         

        Art. 7 : Verminderingen

        Er wordt een vermindering van 35,00 EUR per jaar voorzien (op het aanslagbiljet voor niet ondergrondse containers of in geld op de badge voor gebruik van ondergrondse containers) aan de gezinnen die op 1 januari van het aanslagjaar zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Waasmunster en waarvan het gezinshoofd wordt aangeslagen in de algemene gemeentebelasting gezinnen en behoort tot één van de volgende categorieën :

        A. Gezinnen waarvan één van de leden ouder dan 4 jaar :

          1. In aanmerking komt voor de incontinentietoelage van de verplichte ziekteverzekering voor zover zij verzorgd worden in een thuiszorgsituatie (namelijk personen die op de Katzschaal een score hebben van 3 tot 4 punten voor het criterium incontinentie)
          2. Of een zwaar zorgbehoevende persoon in de thuiszorg is die in aanmerking komt in het kader van de zorgverzekering voor tussenkomst professionele zorg voor zover het incontinentiemateriaal betreft (namelijk personen die op de BEL-schaal een score hebben van 2 tot 3 punten voor het criterium incontinentie)
          3. Of een persoon is die in het kader van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) omwille van een lichamelijk letsel in aanmerking komt voor een tegemoetkoming incontinentie (leeftijd tussen 4 en 65 jaar).

        Deze personen moeten via een attest van de zorgkas, het ziekenfonds of het VAPH bewijzen dat zij voldoen aan de gestelde voorwaarden.

        Per gezin wordt maximaal één belastingvermindering toegekend.

        De verminderingen worden verrekend op de ledigingskost van het aanslagbiljet voor het ophalen en verwerken van restafval van huishoudelijke oorsprong en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen door middel van niet ondergrondse containers.

        De verminderingen worden verrekend op de toegangsbadge voor het ophalen en verwerken van restafval van huishoudelijke oorsprong en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen door middel van ondergrondse containers.

        Art. 8 : Invordering van de belasting

        De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        De belasting voor de ophaling en verwerking van restafval, zoals bedoeld in artikel 4.1, wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen

        De belasting zoals bedoeld in artikel 4.2 en 4.3, wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.  Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt de belasting ingekohierd en volgt ze de regels van een kohierbelasting.

        In toepassing van artikel 26 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) wordt MIWA gemachtigd de belastingen zoals bedoeld in artikel 4 te innen voor het gemeentebestuur.

         

        Art. 9 : Bezwaren- en beroepsprocedure

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen. Binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding gestuurd naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger.

        Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift (negen maanden als de betwiste aanslag ambtshalve werd gevestigd) kan beroep ingesteld worden bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 10 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

         

        Art. 11 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 12 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

         

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de leegstand van gebouwen en woningen.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op de leegstand van gebouwen en woningen opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook effectief gebruikt wordt, omdat leegstand leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

        De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente verhoogt het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.

        De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

        In voorliggend belastingreglement zijn de vrijstellingen van belasting opgenomen die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • De Vlaamse Codex Wonen.
        • Wetboek van inkomstenbelastingen.
        • Het gerechtelijk wetboek
        Besluit

        Art. 1 :

        §1. Er wordt voor de termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

        Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig het gemeentelijk reglement op leegstand van gebouwen en woningen dd. 23 maart 2023.

        De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in Artikel 2 .”Begripsomschrijvingen”, van het gemeentelijk reglement op leegstand van gebouwen en woningen van 23 maart 2023.

        §2. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor 1 mei 2023 blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.

        §3. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

        Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

        Art. 2 : Belastingplichtige:

        §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

        §2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        §3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maand na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

        §4. Indien de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte niet in kennis wordt gesteld van de overdracht, de datum ervan en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar blijft de vorige houder van het zakelijk recht (volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de gemeente verstrekte informatie of volgens de gegevens ontvangen van de instrumenterende ambtenaar) belastingplichtig.

        Art. 3 : Tarief van de belasting

        §1. De basistarief van de belasting bedraagt :

        • 1.500 Euro voor een leegstaande woning
        • 2.000 Euro voor een leegstaand gebouw

        §2. De belasting bedraagt bij de eerste aanslag het basistarief.

        §3. Het bedrag van de volgende belastingaanslagen is gelijk aan het resultaat van de volgende formule :

        het bedrag basistarief vermeld onder §1 vermeerderd met X maal het bedrag van het basistarief

        waarbij X gelijk is aan het aantal bijkomende periodes van twaalf maanden dat het gebouw, de woning of de kamer zonder onderbreking opgenomen is in de gemeentelijke inventaris of het leegstandsregister. X kan nooit hoger zijn dan 4.

        Art. 4 : Belastingvrijstellingen

        §1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de gemeentelijke administratieve eenheid of bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woonwijzer Waasland (Interwaas) die door het gemeentebestuur zijn belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen.

        §2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 7.

        §3. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld :

        1° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt maximum voor één jaar.

        2° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt voor één jaar.

        Deze vrijstelling geldt niet indien het zakelijk recht werd verkregen ingevolge :

          • overdracht aan vennootschappen die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks in rechten of in feiten gecontroleerd worden;
          • overdracht ingevolge fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;- overdracht aan bloed-en/of aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament

        3° De belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt enkel voor de woning die volledig en uitsluitend gebruikt werd als hoofdverblijfplaats door de belastingplichtige en geldt maximum voor één jaar.

        4° De belastingplichtige, houder van het zakelijk recht, die behoort tot één van volgende categorieën :

          • sociale huisvestingsmaatschappijen erkend door de VMSW
          • de gemeente of het OCMW van Waasmunster voor zover het panden betreft die voorwerp uitmaken van een intentieverklaring en/of een project met het oog op het realiseren van een meer kwalitatieve woonomgeving.

        §4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning :

        1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.

        2° Geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.

        3° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling kan maximaal drie keer verleend worden in de drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

        4° Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.

        5° Gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling kan maximaal drie keer verleend worden in de drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning.

        6° Gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning op voorwaarde dat een renovatienota wordt ingediend. Onder renovatienota wordt verstaan : een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens is opgenomen :

        • een gedetailleerd overzicht van de voorgenomen werken;
        • een gedetailleerd tijdsschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 3 jaar de woning bewoonbaar wordt gemaakt;
        • fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
        • indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars;

        Deze vrijstelling kan maximum drie keer verleend worden in een periode van drie opeenvolgende jaren. De vrijstellingen in punt 5° en 6° kunnen niet achtereenvolgens worden verkregen.

        Art. 5 : Inkohiering

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen..

        Art. 6 : Betalingstermijn

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 7  : Bezwaar

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 8 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 9 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 10 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 11 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 12 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 13 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

         

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de onbebouwde bouwpercelen

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op onbebouwde bouwpercelen opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Het is wenselijk dat de voor bebouwing bestemde kavels en bouwgronden in de gemeente op de markt worden gebracht om zodoende aan de woonbehoefte binnen de gemeente te voldoen.

        Het is wenselijk om de eigenaars van onbebouwde percelen ongeacht of het gaat om onbebouwde bouwgronden of onbebouwde kavels binnen een verkaveling op gelijke voet te belasten.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.

         

        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting geheven op onbebouwde bouwpercelen.

        Art. 2 : Definiëring:

        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        Bouwgronden :  gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5, §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en gelegen zijn in een woongebied of in een woonreservegebied dat reeds is vrijgegeven bij gemeenteraadsbesluit overeenkomstig arikelen 5.6.11 en 5.6.12 van de Vlaamse Codex Ruimteljk ordening.

        Kavels : de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen

        Bouwpercelen : bouwgronden en kavels zoals gedefinieerd in 1e en 2e  van dit artikel

        Onbebouwd : beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

        Oppervlakte van het bouwperceel : de oppervlakte van de kavel zoals vermeld in de verkavelingsvergunning of de oppervlakte van de bouwgrond zoals kadastraal bekend

        Voorts gelden voor toepassing van dit reglement de definities opgenomen in artikel 1.2. van het Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van 27/03/2009.

        Art. 3 : De belasting bezwaart het eigendom.  De belasting is verschuldigd hetzij door de eigenaars op 01 januari van het aanslagjaar, hetzij door de erfpachters of opstalhouders en subsidiair door de eigenaar.

        In geval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtig in verhouding tot zijn aandeel in het perceel. Elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belasting.

        Art. 4 : Belastingvrijstellingen

        Van de belasting zijn vrijgesteld :

        1° De natuurlijke en rechtspersonen die eigenaar zijn van één enkel onbebouwd bouwperceel bij uitsluiting van enig ander onroerend goed gelegen in België of in het buitenland. Deze vrijstelling geldt slechts gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed.

        2° De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappijen.

        3° De verkavelaars, indien de verkavelingsvergunning geen werken omvat, gedurende één jaar volgend op het jaar waarin de verkavelingsvergunning werd toegekend.

        4° De verkavelaars, indien de verkavelingsvergunning werken omvat, gedurende één jaar volgend op het jaar van uitgifte van het attest vermeld in artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Wanneer de verwezenlijking van de verkaveling in fasen wordt vergund, zijn de bepalingen van dit artikel mutatis mutandis op de delen van elke fase van toepassing.

        5° De eigenaars met betrekking tot de bouwpercelen die in het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd :

        a) Ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden.

        b) Ingevolge een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt.

        6° De eigenaars van onbebouwde bouwpercelen die een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning hebben bekomen gedurende de laatste zes maanden van het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Deze vrijstelling geldt voor één jaar volgend op het jaar waarin de omgevingsvergunning werd afgeleverd. Deze vrijstelling kan door een eigenaar van een bouwperceel slechts één maal ingeroepen worden.

        7° De eigenaars met betrekking tot de onbebouwde bouwpercelen waarvan ze pas in de loop van het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar eigenaar zijn geworden.

        8° De bouwpercelen waarop, ingevolge een omgevingsvergunning, de oprichting van een voor woning bestemd gebouw is aangevat vóór 1 januari van het aanslagjaar en waarvan de afwerking een normaal verloop conform de VCRO kent, worden als bebouwde bouwpercelen beschouwd.

         

        Art. 5 : Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 0,47 euro per vierkante meter oppervlakte van het bouwperceel, evenwel met een minimale aanslag van 472,00 euro per bouwperceel.

        Art. 6 : Jaarlijkse indexering

        De tarieven vermeld in art 5 van dit reglement worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in artikel 5

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond tot op 2 decimalen.

         

        Art. 7 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 8 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 9 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen

        Art. 10 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 11 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 12 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 13 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 14 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 15 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op tweede verblijven.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op tweede verblijven opnieuw vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        De gemeente levert heel wat inspanningen voor personen die niet zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente, maar die er toch dikwijls verblijven en dus ook gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en de dienstverlening. Wie niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente, wordt er ook niet aangeslagen in de aanvullende personenbelasting.

        Het is daarom billijk dat er een belasting wordt geheven voor deze tweede verblijven.  Deze belasting dient redelijk in verhouding te staan met de belastingen die inwoners betalen.

        Deze gemiddelde fiscale inkomst (uit de personenbelasting) per woning waar iemand is gedommiciliierd in Waasmunster wordt geraamd op 1.500 euro. (aanslagjaar 2026)

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
        • De Vlaamse Codex Wonen.
        • Het decreet van 27/03/2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.
        • Wetboek van inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek

         

        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een belasting geheven op tweede verblijven.

        Art. 2 : Definiëring:

        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        1. Tweede verblijf : Elke private verblijfsgelegenheid, ongeacht de toestand waarin deze zich bevindt, waarvoor degene die er kan verblijven niet is ingeschreven in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister op dit adres.  Een tweede verblijft kan hetzij een vaste, hetzij een verplaatsbare constructie betreffen.
        2. Vaste constructies : Constructies die door de aard van hun constructie niet kunnen verplaatst worden op een snelle en eenvoudige wijze zoals landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, enz.
        3. Verplaatsbare constructies : Constructies die door de aard van hun constructie  kunnen verplaatst worden op een snelle en eenvoudige wijze zoals caravans, woonaanhangwagens, stacaravans, mobilhomes, demonteerbare lust- en tuinhuizen, enz.  
        4. Zakelijk gerechtigde / houder van het zakelijk recht:  De houder van één van de volgende zakelijke rechten:
          1. de volle eigendom;
          2. het recht van opstal of van erfpacht;
          3. het vruchtgebruik
        5. De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in Artikel 2.Begripsomschrijvingen, van het gemeentelijk reglement op leegstand van gebouwen en woningen van 23 maart 2023.

        Art. 3 : De belasting is ondeelbaar en voor het gehele jaar verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar houder is van het zakelijk recht van het tweede verblijf.

        In geval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtig in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf. Elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belasting.

        Art. 4 : Belastingvrijstellingen

        Van de belasting zijn vrijgesteld : de verblijfsgelegenheden die op 1 januari van het aanslagjaar voldoen aan één van de volgende criteria.

        1. Het lokaal dat geheel en uitsluitend bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit.
        2. Tenten, verplaatsbare caravans, woonaanhangwagens dewelke zijn opgesteld op een erkend kampeerterrein.
        3. De verblijfsgelegenheid die tijdelijk niet kan gebruikt worden door verbouwingswerken mits voorlegging van een omgevingsvergunning of afdoende bewijzen van renovatiewerken. Deze vrijstelling kan voor betreffende verblijfsgelegenheid worden toegekend voor de duur van de werken met een maximum van twee aanslagjaren. 
        4. De houder van het zakelijk recht die vóór de peildatum van 1 januari bij onderhandse overeenkomst zijn zakelijk recht heeft overgedragen, of een koop-verkoopbelofte heeft aangegaan, voor zover de overeenkomst binnen een termijn van vier maanden na datum van de onderhandse overeenkomst resulteert in een authentieke akte. Indien de overeenkomst een opschortende voorwaarde bevat, moet deze vervuld zijn.
        5. Een woning die te huur of te koop wordt aangeboden en waarvan in voorkomend geval het laatste huurcontract of de laatste inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister een einde nam gedurende de laatste zes maanden voorafgaand aan het aanslagjaar. Die laatste bewoning moet minstens zes maanden hebben geduurd. Deze vrijstelling geldt voor één aanslagjaar.
        6. Een woning opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen of de inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen.
        7. Een woning die toebehoort aan een sociale woonorganisatie
        8. De verblijfsgelegenheid waarbij het zakelijk recht definitief is verworven gedurende de laatste zes maanden voorafgaand aan het aanslagjaar. Deze vrijstelling geldt voor één aanslagjaar volgend op de verwerving van de verblijfsgelegenheid.

        Art. 5 : Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 450,00 euro voor de verplaatsbare constructies en 1.500,00 euro voor de vaste constructies.

        Art. 6 : Jaarlijkse indexering

        De tarieven vermeld in dit reglement worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarief vastgesteld in artikel 5

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

        Art. 7 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 8 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 9 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 10 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent. Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing . De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 11 : De bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zijn van toepassing op deze belasting.

        Art. 12 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 13 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.

        Art. 14 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 15 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de niet vooraf aangevraagde tijdelijk privatisering van het openbaar domein.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op de niet vooraf aangevraagde tijdelijk privatisering van het openbaar domein vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

        Indien een privatisering van het openbaar domein niet vooraf werd aangevraagd, dan zorgt dit voor een extra administratieve en organisatorische last voor het bestuur.  Daarom worden er andere tarieven gehanteerd als bij een vooraf aangevraagde priviatisering.

          

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.
        • De definiëring van werken in onroerende staat vermeld in artikel 19 §2 van het BTW KB nr1.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een gemeentebelasting gevestigd op de niet vooraf aangevraagde tijdelijke privatisering van het openbaar domein.

        Art. 2 : Definiëring:

        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        1° tijdelijke privatisering :

        Het tijdelijk in gebruik nemen van het openbaar domein voor private doeleinden meer bepaald:

        a. het afsluiten of laten afsluiten van een deel van het openbaar domein.

        b. voor het plaatsen van materiaal, materieel en voertuigen en het inrichten van werfzones  in het kader van bouw- en of afbraakwerken, grondwerken, terreinaanleg, groenonderhoud, levering, tijdelijke laad- en loszones.

        Het reglementair parkeren van voertuigen op een niet vooraf gereserveerde plaats wordt niet als tijdelijke privatisering beschouwd.

        2° ingenomen oppervlakte :

        De oppervlakte die in aanmerking wordt genomen, is diegene van de rechthoek die rond het voorwerp of de groep voorwerpen, die de openbare weg innemen, kan getrokken worden. Delen van een m² worden als een volledige m² beschouwd.

        3° bouw- en/of afbraakwerken :

        Werken in onroerende staat zoals het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen, het schilderen, het bepleisteren, het afbreken, het beplanten, het aanleggen, het verharden, het ophogen of afgraven, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

        Art. 3 :  Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging tot tijdelijke privatisering van het openbaar domein. Bij gebrek aan aanvraag tot machtiging is de belasting verschuldigd door degene die de tijdelijke privatisering doet en subsidiair door diens opdrachtgever.

        §2. De aannemer van de werken, de eigenaar, de huurder, de bewoner, de bouwheer, de architect of alle andere personen die bij de privatisering betrokken partij zijn, zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de belasting.

        Art. 4 : Tarief:

        De belasting wordt vastgesteld als volgt:

        § 1. 0,75 EUR per m² ingenomen oppervlakte per kalenderdag

        Er is per aaneengesloten innameperiode een minimumbelasting verschuldigd van 108,00 EUR.

        De belasting is ondeelbaar en steeds voor de gehele aaneengesloten periode verschuldigd.

        § 2. Indien de privatisering tot gevolg heeft dat gans de straat voor het verkeer dient afgesloten te worden is er, naast de belasting die wordt aangerekend onder artikel 4, § 1, een forfaitaire belasting van 126,00 EUR per dag verschuldigd. Deze belasting is steeds voor minimum 2 dagen verschuldigd.

        § 3. Bovenop de belasting voor de inname op basis van artikel 4 §1 en voor het afsluiten van de straat op basis van artikel 4 §2 wordt een forfaitaire belasting van 72,00 euro als bijdrage in de extra administratieve last aangerekend.

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering :

        Het tarief vastgesteld in art. 4  wordt op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarief vastgesteld in artikel 4

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

         

        Hierbij gelden met uitzondering van art. 4 §1 volgende afrondingsregels :

        • De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.
        • Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.
        • Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

         

         Voor de tarieven vermeld in art. 4 §1 gelden de volgende afrondingsregels:

        • De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent.
        • Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.
        • Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

        Art. 6:  Belastingvrijstellingen :

        Van de belasting zijn vrijgesteld:

        1° De tijdelijke privatisering door instellingen die ingevolge bijzondere wetten vrijgesteld zijn van alle gemeentelijke belastingen.

        2° Het oprichten of verbouwen van woongelegenheden door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een erkende sociale huisvestingsmaatschappij.

        3° Werken die uitgevoerd worden door of in opdracht van het gemeentebestuur van Waasmunster.

        Art. 7 : De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier. Het belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Art. 8 : De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Art. 9 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 10 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen  of bij gebrek aan beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

        Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.  De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 11 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 12 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

        Art. 13 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 14 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling belastingreglement op de vooraf aangevraagde tijdelijk privatisering van het openbaar domein.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het belastingreglement op de vooraf aangevraagde tijdelijk privatisering van het openbaar domein vast te stellen.

        Juridisch kader

        De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt en vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

        Dit blijkt ook uit de meerjarenplanning die beantwoordt aan alle opgelegde evenwichtscriteria conform de BBC regelgeving.

         

        Regelgeving :

        • Artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 met betrekking tot het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
        • Wetboek van Inkomstenbelastingen.
        • Invorderingswetboek van 13 april 2019.
        • Het gerechtelijk wetboek.
        • De definiëring van werken in onroerende staat vermeld in artikel 19 §2 van het BTW KB nr1.
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een gemeentebelasting gevestigd op de vooraf aangevraagde tijdelijk privatisering van het openbaar domein

        Art. 2 : Definiëring:

        Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

        1° tijdelijke privatisering :

        Het tijdelijk in gebruik nemen van het openbaar domein voor private doeleinden meer bepaald:

        a. het afsluiten of laten afsluiten van een deel van het openbaar domein.

        b. voor het plaatsen van materiaal, materieel en voertuigen en het inrichten van werfzones  in het kader van bouw- en of afbraakwerken, grondwerken, terreinaanleg, groenonderhoud, levering, tijdelijke laad- en loszones.

        Het reglementair parkeren van voertuigen op een niet vooraf gereserveerde plaats wordt niet als tijdelijke privatisering beschouwd.

        2° ingenomen oppervlakte :

        De oppervlakte die in aanmerking wordt genomen, is diegene van de rechthoek die rond het voorwerp of de groep voorwerpen, die de openbare weg innemen, kan getrokken worden. Delen van een m² worden als een volledige m² beschouwd.

        3° bouw- en/of afbraakwerken :

        Werken in onroerende staat zoals het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen, het schilderen, het bepleisteren, het afbreken, het beplanten, het aanleggen, het verharden, het ophogen of afgraven, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

        4° aanvraag in spoedprocedure :

        Aanvraag van een tijdelijke privatisering tussen de acht en de drie werkdagen voor de start van de inname

        5° laattijdige aanvraag :

        a. aanvraag van een tijdelijke privatisering tussen de drie werkdagen voor de start van de inname tot net voor het begin van de inname

        b. aanvraag van de verlenging van een tijdelijke privatisering tussen de twee werkdagen voor de start van de verlenging van de inname tot net voor het begin van de verlenging

         

        Art. 3 :  Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging tot tijdelijke privatisering van het openbaar domein. Bij gebrek aan aanvraag tot machtiging is de belasting verschuldigd door degene die de tijdelijke privatisering doet en subsidiair door diens opdrachtgever.

        §2. De aannemer van de werken, de eigenaar, de huurder, de bewoner, de bouwheer, de architect of alle andere personen die bij de privatisering betrokken partij zijn, zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de belasting.

         

        Art. 4 : Tarief:

        De belasting wordt vastgesteld als volgt:

        § 1. 0,50 EUR per m² ingenomen oppervlakte per kalenderdag

        Er is per aaneengesloten innameperiode een minimumbelasting verschuldigd van 72,00 EUR.

        De belasting is ondeelbaar en steeds voor de gehele aaneengesloten periode verschuldigd.

        § 2. Indien de privatisering tot gevolg heeft dat gans de straat voor het verkeer dient afgesloten te worden is er, naast de belasting die wordt aangerekend onder artikel 4, § 1, een forfaitaire belasting van 84,00 EUR per dag verschuldigd. Deze belasting is steeds voor minimum 2 dagen verschuldigd.

        § 3. Bovenop de belasting voor de inname op basis van artikel 4 §1 en voor het afsluiten van de straat op basis van artikel 4 §2 wordt een forfaitaire belasting van 36,00 euro als administratieve kost aangerekend bij de aanvraag in spoedprocedure.

        §4. Bovenop de belasting voor de inname op basis van artikel 4 §1 en voor het afsluiten van de straat op basis van artikel 4 §2 wordt een forfaitaire belasting van 72,00 euro als administratieve kost aangerekend bij laattijdige aanvragen.

         

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering :

        Het tarief vastgesteld in art. 4  wordt op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

         

        Waarbij :

        R = tarief vastgesteld in artikel 4

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

         Hierbij gelden met uitzondering van art. 4 §1 volgende afrondingsregels :

        • De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.
        • Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.
        • Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

         Voor de tarieven vermeld in art. 4 §1 gelden de volgende afrondingsregels:

        • De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent.
        • Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.
        • Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

         

        Art. 6 :  Belastingvrijstellingen :

        Van de belasting zijn vrijgesteld:

        1° De tijdelijke privatisering door instellingen die ingevolge bijzondere wetten vrijgesteld zijn van alle gemeentelijke belastingen.

        2° Het oprichten of verbouwen van woongelegenheden door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een erkende sociale huisvestingsmaatschappij.

        3° Werken die uitgevoerd worden door of in opdracht van het gemeentebestuur van Waasmunster.

        Art. 7 : Aanvraag

        § 1. De belastingplichtige is gehouden, uiterlijk acht werkdagen vóór de privatisering, hiervan aanvraag te doen bij het gemeentebestuur en alle voor de aanslag noodzakelijke gegevens te verstrekken.

        De belastingplichtige wordt de mogelijkheid geboden om een aanvraag in spoedprocedure te doen tussen de achtste en de derde werkdag voor de start van de inname mits betaling van de bijkomende belasting vermeld in artikel 4 §3.

        Indien voor de inname een signalisatievergunning of een tijdelijk verkeersreglement nodig is kan de vergunning voor de privatisering slechts worden verleend nadat de signalisatievergunning werd afgeleverd en/of het tijdelijk verkeersreglement werd bekendgemaakt.

        § 2. Naar aanleiding van deze aanvraag en na betaling van de belasting wordt aan de belastingplichtige een vergunning afgeleverd voor de privatisering van het openbaar domein.

        § 3. Deze aanvraag geldt tevens als fiscale aangifte.

        § 4. De belastingplichtige die:

        1° de termijn van de privatisering wenst te verlengen is gehouden uiterlijk twee werkdagen, vóór het verstrijken van de termijn vermeld in de vergunning, hiervan aanvraag te doen bij het gemeentebestuur.

        2° de ingenomen oppervlakte wil uitbreiden is gehouden uiterlijk twee werkdagen vóór de uitbreiding van de oppervlakte hiervan aanvraag te doen bij het gemeentebestuur.

        3° de termijn van de privatisering wenst in te korten is gehouden uiterlijk de dag na het ophouden van de privatisering hiervan aanvraag te doen bij het gemeentebestuur. Het vroegtijdig beëindigen van de privatisering kan pas aanvaard worden vanaf het moment dat dit aan het gemeentebestuur wordt medegedeeld. In het andere geval zal de belasting verschuldigd zijn voor de periode waarvan aanvraag werd gedaan zoals vermeld in artikel 6, § 1.


        Art. 8 :

        § 1. Bij gebrek aan aanvraag voor de start van de inname of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aanvraag door de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt. Daartoe zijn door het College van Burgemeester en Schepenen personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van dit belastingreglement. De vaststellingen door deze personeelsleden gebeuren door middel van een proces-verbaal. Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

        § 2. Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom gebruik wordt gemaakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        § 3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting wordt niet gevestigd voor deze termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.

        § 4. Als de belasting ambtshalve is gevestigd moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

        Art. 9 : De belasting wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt de belasting ingekohierd en volgt ze de regels van een kohierbelasting.

        Art. 10 : De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen van Waasmunster. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend , ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige de aanslag heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de contantbelasting.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

        Als het bezwaarschrift,  verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk in zijn bezwaarschrift te vragen.

        Art. 11 : Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen  of bij gebrek aan beslissing binnen de termijnen vermeld in artikel 9,§5 van het decreet, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

        Artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.  De vormen, de termijnen en de rechtspleging voor de bevoegde rechtbanken en hoven worden geregeld zoals inzake rijksinkomstenbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen.

        Art. 12 : Zonder afbreuk te doen aan Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:

        1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

        2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

        Art. 13 : Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

        Art. 14 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 15 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling retributiereglement op praal bij huwelijken.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        Het retributiereglement op trouwboekjes dateert van 2022.  De gemeente wenst dit reglement aan te passen.

        Juridisch kader

        Meer en meer koppels kiezen enkel voor een burgerlijk huwelijk waardoor er steeds meer aanwezigen zijn bij de burgerlijke plechtigheid. De kost van het aangeboden drankje en de bijhorende personeelskost om dit te serveren staan niet in meer in verhouding tot de werkelijke kostprijs.

        Daarenboven is het gezien de beperktheid van de locatie en de benodigde tijd om aan een grotere groep genodigden een drankje te serveren aangewezen het maximaal aanwezigen daarvoor te beperken tot maximum negentig personen.

        Net zoals voorheen kan men natuurlijk nog steeds gratis, dus zonder praal, een huwelijk of plechtige 'verklaring van samenleving' sluiten.

         

        Regelgeving :

        • Het burgerlijk wetboek art. 165/1
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art 40 en 41.
        Besluit

        Art. 1 : Met ingang van 01/01/2026 wordt voor het afsluiten van huwelijken of het plechtig ondertekenen van 'verklaringen van samenleving' in het kasteel Blauwendael een retributie geheven met betrekking tot de versieringen en de verzorgde praal bij deze plechtigheden. De huwelijkspraal bestaat o.m. uit aangepast meubilair, bijzondere verlichting, een feestdrankje voor dertig personen en de optionele aflevering van een huwelijksboekje.

        Art. 2 : Op donderdagen, vrijdagen en zaterdagen voorziet het gemeentebestuur de bovengenoemde praal. De retributie wordt vastgesteld als volgt:

        • donderdag en vrijdag: 75,00 euro
        • zaterdag: 100,00 euro
        • Per begonnen bijkomende schijf van 30 aanwezigen voor het feestdrankje wordt de retributie verhoogd worden met 75,00 euro. Het aantal genodigden voor het drankje mag de 90 personen echter niet overschrijden.

         

        Art. 3 : De retributie op het afleveren van een huwelijksboekje wordt vastgesteld op 25,00 euro.

        Art. 4 : De betaling van de retributie gebeurt vooraf bij de aangifte van het huwelijk bij de dienst burgerzaken.  De retributietarieven van toepassing op moment van betaling worden aangerekend, ongeacht het werkelijke tijdstip van de plechtigheid.

        Art. 5 : Jaarlijkse indexering

        De tarieven vermeld in dit reglement worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in bovenstaande artikelen

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent.

        Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

        Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

        Art. 6 : Met ingang van 01/01/2026 worden het reglement met betrekking tot de heffing van een retributie op versieringen bij huwelijksplechtigheden van 24/11/2022 opgeheven.

         

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De looptijd van het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein vastgesteld door de gemeenteraad op 22 december  2022 eindigt op 31 december 2025. De gemeenteraad actualiseert het retributiereglement en verlengt het voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.

        Juridisch kader

        Het feit dat de gemeente en de burgers voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.

        Het feit dat deze nutsvoorzieningen werkzaamheden vergen langs de gemeentelijke wegen en aldus een impact hebben op het openbaar domein.

        De goedkeuring door de gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

        Het feit dat deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten. 

        Het feit dat er op het vlak van het onderhoud en de herstellingen ook geregeld dringende werken moeten worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein. 

        De actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP.

        Regelgeving :

        • Het gemeenteraadsbesluit van 22 december 2022.
        • Het Decreet Lokaal Bestuur.
        Besluit

        Art. 1 : Algemeen

        § 1. Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028 onderhavig retributiereglement in te voeren.

        § 2. Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.

        Permanente nutsvoorzieningen zijn :

        • alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten , palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof.
        • alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

        De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

        Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

        Art. 2 :  Retributie naar aanleiding van sleufwerken.

        De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.

        Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

        Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

        Art. 3 : Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen.

        Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.

        Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.

        Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

        Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

        Art. 4 : Inning.

        De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

        Art. 5 : Definitief karakter.

        Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid. Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

      • Gemeentefinanciën : Retributiereglement op de verkoop van GFT-labels.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        Bij gemeenteraadsbesluit van 22/12/2022 werd het retributiereglement op de verkoop van luierafvalzakken en GFT-labels vastgesteld.

        Er wordt door MIWA voorgesteld om een aantal wijzigingen aan te brengen aan dit reglement.

        Er wordt voorzien in een indexering van de jaarlijkse tarieven.

        Juridisch kader

        Het is billijk dat de aanbieders van huishoudelijk afval een bijdrage betalen in de ophaling en verwerking van dit afval.

         

        Regelgeving :

        • Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen .
        Besluit

        Art. 1 : Met ingang van 01/01/2026 wordt een retributie geheven op de ophaling en verwerking van GFT-afval.

        Art. 2 : Berekeningsgrondslag:

        De ophaling van GFT-afval gebeurt per aansluitpunt door middel van containers van 40, 120 of 240 liter. Deze containers zijn eigendom van MIWA. De containers behoren toe aan de fysische locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het ophaalpunt.

        De retributie is verschuldigd per keer dat :

        a) GFT-afval voor ophaling wordt aangeboden

        b) een bijkomende container wordt aangekocht

         

        Art. 3 :  Tarieven :

        a) Labels voor het ophalen van groente-, fruit- en tuinafval :

        • Voor het ophalen van een container van 40 liter 0,75 EUR per container
        • Voor het ophalen van een container van 120 liter 2,40 EUR per container
        • Voor het ophalen van een container van 240 liter 4,80 EUR per container

        De labels worden verkocht per vel  van10 labels.

        b) Aankoop van een bijkomende container:

        • Voor een container van 40 liter : 35,00 EUR per container
        • Voor een container van 120 liter : 45,00 EUR per container
        • Voor een container van 240 liter : 50,00 EUR per container

        c) Aankoop van papieren GFT zakjes (80 stuks : 7,00 EUR per 80 zakjes

        d) De handelaars die de GFT-labels op vraag van het gemeentebestuur verkopen bekomen een korting van 2 procent op de verkoopprijs als onkostenvergoeding

        e) Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gemachtigd om een praktische regeling te treffen voor de verkoop van de GFT-labels

         

        Art. 4 : Jaarlijkse indexering :

        De tarieven vermeld onder artikel 3 b) aankoop van een bijkomende container worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd en dit voor een eerste maal op 1 januari 2027, waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule.

        Voor de berekening wordt het oorspronkelijk tarief vastgesteld op 01/01/2026 (P) vermenigvuldigd met de eindindex ( consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 augustus van jaar voorafgaand aan het aanslagjaar (c)) en gedeeld door de beginindex (consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026(C)).

        k = P * c / C

        waarbij :

        P = Tarief op 1 januari 2026

        C = consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026

        c = consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 augustus van jaar x-1

        x = aanslagjaar

        k = het nieuwe tarief volgende de bovengenoemde afrondingsregels.

        Art. 5 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

        Art. 6 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 7 : Met ingang van 01/01/2026 wordt het reglement met betrekking tot de verkoop van luierafvalzakken en GFT-labels van 22/12/2022 opgeheven.

         

      • Gemeentefinanciën : retributiereglement op het aanbieden van afvalstoffen op het recyclagepark en op de ophaling op aanvraag van bepaalde afvalstoffen

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        Miwa haalt in opdracht van het gemeentebestuur huishoudelijk restafval en/of daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval op en verwerkt het. Hiervoor is een belasting verschuldigd.

        Daarnaast verzorgt Miwa in opdracht van het gemeentebestuur de ophaling op aanvraag van bepaalde afvalstoffen en biedt Miwa bepaalde diensten en materialen aan in het kader van de preventie en verwerking van afval

        Door particuliere huishoudens, KMO’s en zelfstandige ondernemers worden eveneens afvalstoffen in de recyclageparken aangeboden. Miwa staat in voor de exploitatie van deze recyclageparken.

        Op het recyclagepark wordt diftar met weging toegepast, waarbij de betalende fracties worden gewogen en onmiddellijk afgerekend volgens het aangeleverde gewicht. Een goede verhouding tussen de retributies voor de verschillende fracties, gratis of betalend, is noodzakelijk om een correcte sortering te stimuleren. Dankzij de invoering van diftar werd een sterke reductie van de hoeveelheden ongesorteerd afval (grofvuil en gemengd bouw- en sloopafval) bekomen.  De tarieven van de betalende fracties moeten worden afgestemd op de transport- en verwerkingskosten van deze fracties. 

         

        Juridisch kader

        De gemeente Waasmunster is lid van Miwa en heeft beheersoverdracht aan Miwa gedaan voor de exploitatie van het recyclagepark.

        Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, en dus ook voor de werking en exploitatie van een recyclagepark.

        Het Materialendecreet implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.

        Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.

        Artikel 10 van hetzelfde decreet bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten.

        Het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA, bevat o.a. voorschriften voor de selectieve inzameling van afvalstoffen.

        Artikel 5.1.1 van het VLAREMA bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” moeten toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moet worden betaald.

        Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA legt de minima en maxima tarieven vast voor de inzameling van een aantal afvalstoffen op het recyclagepark.

        Artikel 4.3.2 van het VLAREMA bepaalt dat bedrijven en zelfstandigen verplicht zijn om hun afval gesorteerd aan te bieden.

        Het is billijk dat de aanbieders van afval een bijdrage betalen in de verzameling en verwerking van dit afval.

         

        Regelgeving :

        • Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen .
        • Het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA.
        Besluit

        Art. 1 : Met ingang van 01/01/2026 wordt een retributie geheven op het aanbieden van afvalstoffen op het recyclagepark, op de ophaling op aanvraag van bepaalde afvalstoffen, op de verwerking van afvalstoffen en op de diensten van overig afvalbeheer.

        Art. 2 : Retributieplichtige

        De retributie is verschuldigd door degene die :

        • de ophaling aan huis van bepaalde afvalstoffen heeft aangevraagd
        • de afvalstoffen aanbiedt op het recyclagepark
        • gebruik maakt van een alternatieve inzamelingswijze
        • gebruik maakt van een dienst in het kader van overig afvalbeheer.

        Naargelang de aard van het gebruik is de retributie verschuldigd voorafgaand aan het gebruik, bij het gebruik of achteraf na het gebruik van de dienst, de infrastructuur of het materieel.

         

        Art. 3 :  Tarieven :

        §1. Tarieven voor ophaling op aanvraag aan huis

        A.) Ophalen grofvuil

         

        * Voor een hoeveelheid grofvuil van 0,00 tot 1,49 m³         

        60,00 EUR forfaitair

        * Voor een hoeveelheid grofvuil van 1,50 tot 1,99 m³           

        85,00 EUR forfaitair

        * Voor een hoeveelheid grofvuil van 2,00 tot 2,49 m³           

        110,00 EUR forfaitair

        * Voor een hoeveelheid grofvuil van 2,50 tot 2,99 m³           

        130,00 EUR forfaitair

        * Voor een hoeveelheid grofvuil van 3,00 tot 3,49 m³           

        155,00 EUR forfaitair

        * Voor een hoeveelheid grofvuil van 3,50 tot 3,99 m³           

        180,00 EUR forfaitair

        * Voor een hoeveelheid grofvuil van 4,00 m³                       

        200,00 EUR forfaitair

        Deze retributie moet vooraf worden betaald. Bij gebrek aan voorafgaande betaling wordt het grofvuil niet opgehaald.

         

        B.) Ophalen asbesthoudende golfplaten, (gevel)leien, buizen, bloembakken en schoorstenen

         

        * Asbestplaatzak                                                     

        30,00 EUR per zak te betalen bij aankoop van de zak

        * Asbestkuubzak                                          

        30,00 EUR per zak te betalen bij aankoop van de zak

        * Mini-asbestzak                                                

        1,50 EUR per zak te betalen bij aankoop van de zak

        * Asbestzeil                                                       

        4,00 EUR per zeil te betalen bij aankoop van het zeil

        * Asbestcontainer                                         

        170,00 EUR per container te betalen bij aanvraag van de container

        * Beschermingsset    

        Voor een bijkomende set                      

                               

        Voor de eerste twee sets gratis

        10,00 EUR per set te betalen bij aankoop van de set

         

        §2. Tarieven voor aanbieden in het recyclagepark door particulieren

         

        * Groenafval                                                                       

        0,04 EUR per kg

        * Bouw- en sloopafval                                                          

        0,15 EUR per kg

        * Steenpuin                                                                        

        0,02 EUR per kg

        * Houtafval                                                                        

        0,05 EUR per kg

        * Grofvuil                                                                           

        0,32 EUR per kg

        * Asbesthoudend afval:

        Per gezin tot 200 kg per jaar

        Indien hoger dan 200 kg                                             

         

        gratis

        0,15 EUR per kg

        * Luiers (verplicht aan te bieden in reglementaire luierafvalzak)

        27,00 EUR per rol van 20 zakken

         

        Volgende fracties kunnen gratis aangeboden worden:

        • AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten)
        • autobanden (maximaal 4 stuks)
        • glas (hol glas en vlak glas)
        • harde plastic
        • herbruikbare goederen
        • kga (klein gevaarlijk afval)
        • kledij
        • matrassen
        • oude metalen
        • papier en karton
        • piepschuim
        • plastic flessendoppen
        • plastic folie
        • p+md (verplicht aan te bieden in reglementaire blauwe zak)

         

        De retributie dient te worden betaald bij het verlaten van het recyclagepark

         

        §3. Tarieven voor aanbieden in het kmo-recyclagepark (Op onderstaande tarieven is BTW van toepassing)

         

        AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten)        

        gratis

        Asbest                                                                               

        0,15 EUR per kg

        Autobanden (personenwagen, maximum 4 stuks)                  

        gratis

        Bouwafval (steenpuin)                                                         

        0,05 EUR per kg

        Bouw- en sloopafval (asfalt, gyproc, …)                                 

        0,16 EUR per kg

        EPS (isomo zuiver wit) 1.500 liter aankoop per 5 zakken        

        6,35 EUR per zak

        Frituurolie                                                                          

        gratis

        Glas (flessen en bokalen)                                                     

        gratis

        Glas (vlak)                                                                          

        0,07 EUR per kg

        Glas (vlak en vervuild, inclusief kaders)                                 

        0,32 EUR per kg

        Grof huisvuil                                                                       

        0,32 EUR per kg

        Harde plastics                                                                     

        0,16 EUR per kg

        Herbruikbare goederen                                                        

        gratis

        Houtafval (hout B)                                                              

        0,11 EUR per kg

        Kga                                                                                   

        0,85 EUR per kg

        Motorolie                                                                          

         0,11 EUR per liter

        Papier en karton                                                                 

        gratis

        Plastiek (zuivere folie)                                                         

        0,11 EUR per kg

        Schroot (ferro)                                                                   

        gratis

        Textiel                                                                               

        gratis

        TL-lampen                                                                          

        gratis

        Tuinafval gemengd                                                              

        0,10 EUR per kg

         

        De retributie moet worden betaald bij het verlaten van het recyclagepark

         

        §4  Tarieven voor het gebruik van alternatieve inzamelingswijzen

        A) Pmd

        • Ondergrondse containers: 0,125 EUR per aanbieding van 30 liter

        B) Papier en karton

        • Maandelijks ophalen aan huis :gratis
        • Bovengrondse afvalcontainers :gratis
        • Ondergrondse afvalcontainers : gratis

        C) Textiel

        • Stickers voor driemaandelijks ophalen aan huis : gratis
        • Gebruik van een textielcontainer : gratis

        D) Snoeihout

        • Driemaandelijks ophalen aan huis : gratis

        E) Glas

        • In glasbollen : gratis
        • Ondergrondse containers:gratis

         

        §5 Tarieven voor het gebruik van een dienst in het kader van overig afvalbeheer.

        1. Composteerartikelen
        • Compostvat : 30,00 EUR
        • Beluchtingsstok : 5,00 EUR
        • Compostbak : 125,00 EUR
        • Aanbouwmodule : 100,00 EUR

         

        Art. 4 : Jaarlijkse indexering :

        De tarieven vermeld onder artikel 3 § 2 en §3 worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd en dit voor een eerste maal op 1 januari 2027, waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule.

        Voor de berekening wordt het oorspronkelijk tarief vastgesteld op 01/01/2026 (P) vermenigvuldigd met de eindindex ( consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 augustus van jaar voorafgaand aan het aanslagjaar (c)) en gedeeld door de beginindex (consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026(C)).

        k = P * c / C

        P = Tarief op 1 januari 2026

        C = consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026

        c = consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 augustus van jaar x-1

        x = aanslagjaar

        k = het nieuwe tarief volgende de bovengenoemde afrondingsregels.

        De herziene bedragen kunnen echter nooit de maximumtarieven zoals vastgesteld door OVAM overschrijden. Bij overschrijding wordt automatisch het wettelijk vastgestelde maximumtarief gehanteerd.

        Art. 5 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

        Art. 6 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 7 : Met ingang van 01/01/2026 wordt het retributiereglement dd 22/12/2022 op het aanbieden van afvalstoffen op het recyclagepark en op de ophaling op aanvraag van bepaalde afvalstoffen opgeheven.

         

      • Gemeentefinanciën : Vaststelling retributiereglement op prestaties door de cluster omgeving en infrastructuur.

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeenteraad dient het retributiereglement op prestaties door de cluster omgeving en infrastructuur vast te stellen.

        Juridisch kader

        In het kader van de vigerende wet- en regelgeving opgesomd onder het ‘juridisch kader’ moeten heel wat administratieve prestaties door de cluster omgeving en infrastructuur worden geleverd die een bijkomende werklast en forfaitaire kost met zich meebrengen. (onder meer het organiseren van openbare onderzoeken, opzoekingen in het kadaster, het opmaken en versturen van aangetekende zendingen, het publiceren van artikels, het organiseren van projectvergaderingen, het digitaliseren van omgevingsvergunningsaanvragen, het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken en het afleveren van conformiteitsattesten, …)

        Het is wenselijk de kosten voor deze administratieve prestaties door de cluster omgeving en infrastructuur te verhalen op de begunstigde van deze prestaties.


        Regelgeving :

        • het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
        • Bestuursdecreet van 7 december 2018
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 en zoals gewijzigd op 9 september 2011 betreffende het openbaar onderzoek over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen
        • Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
        • Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
        • Decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) eb de daarbij horende indelingslijst als bijlage 1
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties (VLAREM III)
        • Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming van 27 oktober 2006
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen
        • Vlaamse Codex Wonen van 17 juli 2020
        Besluit

        Art. 1 : Er wordt met ingang van 01/01/2026 ten behoeve van de gemeente Waasmunster een retributie geheven op prestaties door de cluster omgeving en infrastructuur.

        Het bedrag van de retributie wordt als volgt bepaald :

         

        Hoofdstuk 1: Retributie met betrekking tot de afgifte van analoge documenten

        Art. 2 : Het tarief van de retributie voor de afgifte van analoge documenten die op verzoek worden uitgereikt wordt vastgesteld op:

        • 0,20 euro voor een zwart-wit kopie A4, recto;
        • 0,40 euro voor een zwart-wit kopie A4, recto verso of A3, recto;
        • 0,80 euro voor een zwart-wit kopie A3, recto verso;
        • 1,20 euro voor een kleurenkopie A4, recto;
        • 2,40 euro voor een kleurenkopie A4, recto verso of A3, recto;
        • 4,80 euro voor een kleurenkopie A3, recto verso.

        Er worden geen documenten afgeleverd op een andere wijze, drager of in andere dan de hiervoor vermelde formaten.

        Hoofdstuk 2: Retributie op inlichtingen betreffende onroerende goederen

        Art. 3 : Het tarief voor het aanvragen van inlichtingen betreffende onroerende goederen (digitale plannen, vergunningsbeslissingen, …),  die niet kaderen binnen aanvragen via het vastgoedinformatieplatform wordt vastgesteld op 80 euro per plan en/of beslissing.

        Art. 4 : Het tarief van de retributie voor het aanvragen van vastgoedinlichtingen voor overdracht via het vastgoedinformatieplatform (VIP) wordt vastgesteld op 100 euro per kadastraal perceel. Eventuele bijkomende informatievragen naar aanleiding van de afgeleverde vastgoedinlichtingen voor overdracht (bijvoorbeeld met betrekking tot bouwmisdrijven, rooilijnplannen, …)  worden niet extra aangerekend.

         

        Hoofdstuk 3: Retributie op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek 

        Art. 5 : Er wordt een vergoeding gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.

        Art. 6 : Het tarief van de retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek wordt vastgelegd op:

        • 108 euro voor een woning (eengezinswoningen, appartementen, studio’s)
        • 108 euro voor een niet-zelfstandige woning ((studenten)kamers, kamers voor seizoenarbeiders, huisvesting voor tijdelijke arbeidskrachten), verhoogd met 18 euro per kamer met een maximum van 2.130 euro per gebouw.

        De retributie wordt aangerekend per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag.

        Art. 7 : De retributie vermeld in dit hoofdstuk is niet verschuldigd:

        • Voor conformiteitsonderzoeken van woningen uit de private markt die de sociale woonmaatschappij in huur neemt;
        • voor conformiteitsonderzoeken van woningen waarvoor er beroep werd gedaan op het gratis renovatieadvies en -begeleiding door een partner van de gemeente (bijvoorbeeld Woonwijzer Waasland, steunpunt Duurzaam bouwen en wonen, …);
        • wanneer het onderzoek kadert in een sensibiliseringsactie opgezet volgens een door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd protocol waarbij de verhuurder en/of eigenaar van conforme woningen wordt beloond.

         

        Hoofdstuk 4: Retributie met betrekking tot aanvragen zoals voorzien in het decreet betreffende de omgevingsvergunning

        Art. 8 : De retributie voor het behandelen van aanvragen zoals voorzien in het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt als volgt vastgelegd:

        1.         Dossiers waarvoor de gemeente de vergunningverlenende overheid is:

        1.1.     Retributie voor de aanvraag van een omgevingsvergunning volgens de vereenvoudigde procedure voor:

        a) stedenbouwkundige handelingen:

          • 150 euro;
          • 180 euro voor een verbouwing binnen het bestaand volume;
          • 150 euro bij nieuwbouw of herbouw verhoogd met 0,66 euro per kubieke meter nieuwbouw of herbouwd volume;

        b) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (inclusief verandering, bijstelling of afwijking): 150 euro;

        c) een kleinhandelsactiviteit: 150 euro;

        d) een vegetatiewijziging: 150 euro.

        1.2.     Retributie voor de aanvraag van een omgevingsvergunning volgens de gewone procedure voor:

        a) stedenbouwkundige handelingen:

          • 170 euro;
          • 200 euro voor een verbouwing binnen het bestaand volume;
          • 170 euro bij nieuwbouw of herbouw, verhoogd met 0,66 euro per kubieke meter nieuwbouw of herbouwd volume;

        b) het verkavelen van gronden (inclusief bijstelling) zonder wegenisaanleg: 420 euro, verhoogd met 60 euro per lot of woongelegenheid;

        c) het verkavelen van gronden (inclusief bijstelling) met wegenisaanleg: 840 euro, verhoogd met 60 euro per lot of woongelegenheid;

        d) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (inclusief verandering, bijstelling of afwijking): 210 euro.

        1.3.     Retributie voor de melding van:

        a) stedenbouwkundige handelingen: 60 euro;

        b) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (inclusief verandering, bijstelling of afwijking): 60 euro.

        1.4.     Retributie voor de aanvraag van een planologisch attest: 500 euro.

        1.5.     Retributie voor de aanvraag van een stedenbouwkundig attest: 300 euro.

        1.6      Retributie voor de aanvraag van een projectvergadering: 150 euro.

        2.         Dossiers waarvoor de provincie of de Vlaamse overheid de vergunningverlenende overheid is:

        2.1.     Retributie voor de aanvraag van een omgevingsvergunning volgens de gewone procedure voor:

        a) stedenbouwkundige handelingen: 400 euro;

        b) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (inclusief verandering, bijstelling of afwijking): 400 euro.

        c) het verkavelen van gronden (inclusief bijstelling) zonder wegenisaanleg:  840 euro.

        d) het verkavelen van gronden (inclusief bijstelling) met wegenisaanleg: 1.680 euro.

        Art. 9 : Voor aanvragen waarbij zowel een stedenbouwkundige handeling en/of ingedeelde inrichting of activiteit en/of vegetatiewijziging en/of kleinhandelsactiviteit van toepassing is, worden de respectievelijke tarieven opgeteld.

        Art. 10 : Voor een niet ambtshalve wijziging van een aanvraag met een nieuw openbaar onderzoek tot gevolg wordt een bijkomende retributie van 100 euro aangerekend.

        Art. 11 : De kosten van het drukwerk, mailings, aangetekende zendingen (onder andere voor openbare onderzoeken, de bevraging van aanpalende eigenaars of voor het aanschrijven van de eigenaars in een straal van 100 m) en de kosten van de wettelijk voorgeschreven publicatie(s) in de pers worden integraal doorgerekend naar de aanvrager van de omgevingsvergunning.

        Art. 12 : Voor het digitaliseren van een analoge aanvragen wordt een vergoeding van 60 euro aangerekend.

        Art. 13 : Indien een aanvraag door de fout van het gemeentebestuur stilzwijgend geweigerd wordt, zal de retributie terugbetaald worden.

        Art. 14 : Voor de afstand (verzaken) van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden wordt een retributie aangerekend van 60 euro.

        Art. 15 : De retributie vermeld is in dit hoofdstuk is niet verschuldigd:

        • voor aanvragen, meldingen en mededelingen door het eigen gemeentebestuur. 
        • voor aanvragen, meldingen en mededelingen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappij.

         

        Hoofdstuk 5: Algemene bepalingen

        Art. 16 : Jaarlijkse indexering

        De tarieven vermeld in dit reglement  worden op 01 januari van ieder jaar aangepast aan de index van de consumptieprijzen van de maand november van het voorgaande jaar volgens de formule:

        R x I /i

         

        Waarbij :

        R = tarieven vastgesteld in dit reglement

        I = index van de maand november van het voorgaande jaar

        i = index van de maand november 2025 (basis 2004)

        Afrondingsregels :

        • Voor de tarieven in dit reglement  vermeld, behoudens onderstaande uitzonderingen, gelden de volgende afrondingsregels:
          • De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 1 euro.
          • Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1 tot en met 49 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 1 euro.
          • Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 50 tot en met 99 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 1 euro.

        Uitzonderingen :

        • Voor de tarieven vermeld in art. 2. gelden de volgende afrondingsregels:
          • De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent.
          • Dit houdt in dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1,2,3 en 4 eurocent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.
          • Het geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5,6,7, 8 en 9 eurocent wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
        • Het tarief van de vehoging per kubieke meter vermeld in artikel 8 wordt afgerond op 2 decimalen.


        Art. 17 :  Algemene vrijstellingen.

        De retributie is niet verschuldigd:

        • voor de stukken, welke krachtens een wet, een Koninklijk Besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
        • voor prestaties in het kader van het herbouwen van door oorlogsgeweld, brand of natuurramp vernielde gebouwen voor zoverre het volume van het herbouwde gebouw niet groter is dan het volume van het vernielde gebouw en dit ongeacht de plaats in de gemeente waar terug opgebouwd wordt;
        • voor prestaties in het kader van handelingen die in aanmerking komen voor subsidiëring in het kader van de gemeentelijke toelagereglementen voor buitensport- en jeugdinfrastructuur.

         

         Art. 18 : De retributie is hoofdelijk verschuldigd door :

        • degene op wiens vraag de administratieve prestaties worden geleverd
        • degene ten gunste van wie de administratieve prestaties worden geleverd,
        • degene aan wie de administratieve stukken door de gemeente, op verzoek of ambtshalve, worden uitgereikt,
        • de eigenaar van het onroerend goed waarop de aanvraag betrekking heeft

         

        Art. 19 :  Inning.

        De retributie is verschuldigd bij de aanvraag van de prestatie.

        De retributie voor de handelingen voorzien onder hoofdstuk 1 wordt zonder uitstel  geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.

        De retributie voor de handelingen voorzien onder de hoofdstukken 2 tot en met  4 moet zonder uitstel betaald worden na ontvangst van de betalingsuitnodiging of de factuur.

        Wanneer een aanmaning bij aangetekend schrijven verstuurd wordt,  worden 20 euro administratiekosten aangerekend.

        Het volledig verschuldigde bedrag zal ingevorderd worden via dwangbevel overeenkomstig artikel 177, tweede lid van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, of in voorkomend geval langs gerechtelijke weg.

        Art. 20 : Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 21 : De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

    • Patrimonium

      • Aanstellen ontwerpteam: Renovatie- en restauratieproject kasteel Blauwendael - Wijziging selectiecriterium technische en beroepsbekwaamheid

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        Het bestek met nr. 2025/354 en de raming voor de opdracht “Aanstellen ontwerpteam: Renovatie- en restauratieproject kasteel Blauwendael”, werden op de Raad op datum van 23/10/2025 goedgekeurd. De lastvoorwaarden werden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten

        De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 240.000,00 excl. btw of € 268.800,00 incl. btw.

        Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

        De aanpassing van het selectiecriterium inzake technische en beroepsbekwaamheid is noodzakelijk om de beoordeling beter te laten aansluiten bij de aard, schaal en complexiteit van de voorliggende opdracht. Door de criteria te verduidelijken en te verfijnen, wordt verzekerd dat de relevante ervaring van de kandidaat-ontwerpteams op een correcte en uniforme wijze kan worden beoordeeld. De verlenging van de indieningstermijn met twee weken is aangewezen om alle potentiële inschrijvers de mogelijkheid te bieden hun aanvraag zorgvuldig af te stemmen op de aangepaste selectiecriteria.

         

        Juridisch kader

        Bevoegdheid

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 41,10°;

        Juridisch kader

        De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

        Besluit van de gemeenteraad van 23/10/2025 tot goedkeuring van de plaatsingsprocedure en de lastvoorwaarden.

        Besluit

        Art. 1 :

         Volgende bepaling in het bestek

         “ De inschrijver moet aantonen dat hij over voldoende relevante ervaring, vakbekwaamheid en

        ontwerpmatige deskundigheid beschikt op het vlak van architectuurstudies door volgende

        REFERENTIES inclusief bijhorend beeldmateriaal en relevantienota bij zijn offerte te voegen:

         Drie referenties

         

        1. met betrekking tot de architectuurstudie én opvolging van de uitvoering van de werken van een renovatie/herbestemming van bouwkundig erfgoed,
        2. met (telkens) een minimale effectieve bouwkost van 3 miljoen EUR excl. btw – excl. ereloon,
        3. via een overheidsopdracht (zowel de studies als uitvoering der werken) en met (succesvolle) erfgoedpremie(-dossierbegeleiding).”

         

         Te vervangen als volgt:

         “ De inschrijver moet aantonen dat hij over voldoende relevante ervaring, vakbekwaamheid en

        ontwerpmatige deskundigheid beschikt op het vlak van architectuurstudies door volgende

        REFERENTIES inclusief bijhorend beeldmateriaal en relevantienota bij zijn offerte te voegen:

         Drie referenties 

         

        1. waarvan deze betrekking moeten hebben op de renovatie of herbestemming van bouwkundig erfgoed;
        2. waarvan minstens één van deze referenties een minimale effectieve bouwkost van 3.000.000 EUR exclusief btw moet hebben en;
        3. waarvan minstens één van deze referenties betrekking moet hebben op een project dat via een overheidsopdracht werd geplaatst en waarbij een erfgoedpremiedossier succesvol werd begeleid.

        Eén en dezelfde referentie kan tegelijk worden aangewend voor meerdere vereisten.”

         

        Art. 2 : De wijziging wordt kenbaar gemaakt via een rectificatiebericht op e-Procurement, waarbij de indieningstermijn voor het indienen van een offerte wordt verlengd met twee weken.

         

    • Vrije Tijd

      • Aanvaarding schenking theatermateriaal

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        SCE Sound & Light, een licht- en geluidsfirma uit Waasmunster waar we in het verleden af en toe mee samenwerkten voor vb. het seniorenfeest en Vlaanderen Feest doet de boeken toe. De zaakvoerder gaat met pensioen en heeft geen opvolging.

        SCE wil graag theatermateriaal schenken aan de gemeente Waasmunster voor gebruik in onze theaterzaal.
        Onze theatertechnicus heeft dit materiaal vooraf grondig kunnen bekijken en controleren.
        Het gaat om divers én kwaliteitsvol materiaal dat we zeker kunnen gebruiken. 

        In de bijlage vind je de inventaris van alle materialen.


        Besluit

        De gemeenteraad aanvaardt een schenking van theatermateriaal van de firma SCE voor gebruik in de theaterzaal volgens de opgestelde inventaris.

      • Voorzien van vaste technische uitrusting (trussen) in Polyzaal De Meermin

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        In het kader van de opdracht “Voorzien van vaste technische uitrusting (trussen) in Polyzaal De Meermin” werd op 3 december 2025 een bestek met nr. 2025/367 opgesteld door de Dienst vrijetijd.
        De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 132.231,40 excl. btw of € 160.000,00 incl. 21% btw.
        Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
        Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 26 januari 2026 om 12.30 uur voorgesteld.

        De uitgave voor deze opdracht is voorzien in 2026.

        Juridisch kader

        Toepasselijke wetgeving

        - Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        - De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        - Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        - Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        - De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        - De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet).

        - Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        - Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Besluit

        Art. 1 : Het bestek met nr. 2025/367 van 3 december 2025 en de raming voor de opdracht “Voorzien van vaste technische uitrusting (trussen) in Polyzaal De Meermin”, opgesteld door de Dienst vrijetijd worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 132.231,40 excl. btw of € 160.000,00 incl. 21% btw.
        Art. 2 : Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
        Art. 3 : Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
        - Herentalse Metaalwerken Leysen bvba, St-Jobsstraat 117 te 2200 Herentals;
        - ARTNATION BVBA, Kuursaal-Oosthelling 6, Bus 6 te 8400 Oostende;
        - CONTROLLUX BVBA, Lammerdries 18a te 2440 Geel.
        Art. 4 : De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 26 januari 2026 om 12.30 uur.

      • Vaststellen nieuwe reglementen voor werkingssubsidies van cultuur-, jeugd- en sportverenigingen

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De gemeentelijk subsidiereglementen voor de lokale sport-, jeugd- en socio-culturele verenigingen zijn sinds 2017 in voege en niet meer aangepast aan de huidige werking.

        Het opzet is om de reglementen tussen de verschillende sectoren beter op elkaar af te stemmen:

        - voor de aanvraagprocedure: een eenvoudig en uniform systeem voor alle vrijetijdsdiensten - de aanvraagdossiers worden digitaal ingediend via de website. Alle subsidies lopen over een kalenderjaar (januari - december). 

        - voor de inhoudelijke toekenning van de subsidies:

        - er wordt voor de culturele verenigingen een billijker systeem voorzien met een basissubsidie en een aanvullend bonus-systeem. Het is niet meer wenselijk om de verdeling van de kredieten aan te passen op basis van de hoeveelheid verenigingen die actief zijn in vastgestelde categorieën. Er zijn de laatste jaren veel wijzigingen gebeurd in de categorieën, wat voor een onevenwichtige verdeling zorgde. Ook het puntensysteem was verouderd en niet meer aangepast aan de huidige activiteiten.

        - Voor de sportverenigingen wordt er een transparant systeem voorzien in categorieën afhankelijk van werking, ledenaantal en kwaliteit van de (jeugd)trainers. Waar er voor sport vroeger 2 reglementen waren (waarvan één specifiek voor jeugdwerking), zit nu alles vervat in 1 reglement.

        - Voor de jeugdverenigingen wordt er een systeem voorzien in categorieën afhankelijk van werking en ledenaantal. Daarnaast blijft de werkwijze voor het berekenen van de kampsubsidies en kadervorming analoog aan de werkwijze in het huidige reglement. Het enige verschil is dat voor de kampsubsidies ook de volledige subsidie wordt verdeeld onder de verenigingen die er recht op hebben (in het huidig reglement is de waarde van een punt een vast bedrag).  

        - de administratieve verwerking en afrekening: volgens een eenvoudig en uniform systeem voor alle vrijetijdsdiensten: indien via formulier op de website, met achterliggende berekening via excel.

        In de werkgroepen en adviesraden voor vrijetijd zijn de ontwerpen van de nieuwe reglementen uitvoerig besproken en behandeld en is men per vrijetijdsdomein tot een evenwichtig voorstel gekomen.

        De vrijetijdsdiensten plannen per domein een infomoment voor verenigingen om het nieuwe reglement toe te lichten, zodat elke vereniging weet op welke manier de toekenning zal gebeuren vanaf 1 januari 2026.

        Juridisch kader

        decreet lokaal bestuur

        adviezen cultuur&bibraad dd. 1/12/2025

        advies sportraad dd. 3/12/2025

        advies jeugdraad dd. 21/11/2025

        Besluit

        Art.1: De gemeenteraadsbesluiten betreffende de werkingssubsidies voor lokale socio-culturele verenigingen, voor lokale sportverenigingen en lokale jeugdverenigingen dd. 21/12/2017 op te heffen.

        Art.2: Het subsidiereglement voor plaatselijke culturele verenigingen – dat van kracht wordt vanaf 1 januari 2026 (voor de werking vanaf 2026 en uitbetalingen vanaf 2027 – vast te stellen volgens bijlage 1

        Art.3: Het subsidiereglement voor plaatselijke sportverenigingen - dat van kracht wordt vanaf 1 januari 2026 (voor de werking vanaf 2026 en uitbetalingen vanaf 2027 – vast te stellen volgens bijlage 2

        Art.4: Het subsidiereglement voor plaatselijke jeugdverenigingen - dat van kracht wordt vanaf 1 januari 2026 (voor de werking vanaf 2026 en uitbetalingen vanaf 2027 – vast te stellen volgens bijlage 3

        Art.5: Als overgangsmaatregel voor werkjaar 2025 zullen de gemiddelden van de laatste 3 werkjaren worden gehanteerd met een verhoging van 20% zoals voorzien in het budget 2026.

      • Vaststellen nieuw gemeentelijk subsidiereglement voor jeugd- en buitensportinfrastructuur voor erkende lokale jeugd- en sportverenigingen

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        In het meerjarenplan wordt een transparante ondersteuning van de verenigingen via aangepaste subsidiereglementen voorzien.
        Het mee ondersteunen van degelijke en veilige infrastructuur voor de lokale erkende jeugd- en sportverenigingen wordt als een prioriteit benoemd. Hiervoor werd jaarlijks een investeringsenveloppe ingeschreven voor aanpassings- of uitbreidingswerken van zowel infrastructuur van erkende lokale jeugdverenigingen als buitensportinfrastructuur voor erkende lokale sportverenigingen.

        In overleg met respectievelijk een afvaardiging van jeugd- en sportverenigingen werd een volledig vernieuwd billijk subsidiëringsregeling uitgewerkt. 

        De grootste wijzigingen van de vernieuwde reglementen zijn de volgende:

        - Er is een subsidiëring mogelijk van 87.500 euro per periode van 7 jaar

        - Er wordt een cofinanciering gevraagd aan de verenigingen: 

        - Sportverenigingen: 1 euro cofinanciering op 3 euro van de gemeente

        - Jeugdverenigingen: 1 euro cofinanciering op 6 euro van de gemeente

        - Renovatiewerken/structureel onderhoud van de terreinen is opgenomen in het reglement - vroeger was dit niet het geval

        Juridisch kader

        decreet lokaal bestuur

        advies sportraad dd. 3/12/2025

        advies jeugdraad dd. 21/11/2025

        Besluit

        Art.1: De gemeenteraadsbesluiten betreffende aanpassing subsidiereglement jeugdinfrastructuur dd. 6/4/2017 en 20/12/2018 en betreffende aanpassing buitensportinfrastructuur dd. 29/11/ 2018 op te heffen.

        Art.2: Het gemeentelijk subsidiereglement voor buitensportinfrastructuur - dat van kracht wordt vanaf 1 januari 2026 - vast te stellen volgens bijlage 1

        Art.3: Het gemeentelijk subsidiereglement voor jeugdinfrastructuur - dat van kracht wordt vanaf 1 januari 2026 - vast te stellen volgens bijlage 2

      • Vaststellen nieuw gebruiksreglement en tarieven verhuur gemeentelijke infrastructuur

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        In het meerjarenplan 2026-2031 werd voorzien om de tarieven van het huidige gebruiksreglement voor verhuur van gemeentelijke infrastructuur net als alle andere gemeentelijke retributies met 20% te verhogen. 

        Naast deze financiële aanpassingen hebben we vanuit de diensten Vrije tijd ook een aantal inhoudelijke of tekstuele aanpassingen.

        Een aantal belangrijke wijzigingen:

        - De huurder krijgt de keuze om de keuken van de Poly zaal al dan niet bij te huren. De huurprijs van de Poly zaal (A en A+B) werd in deze zin herberekend. Op momenten dat de keuken niet wordt bijgehuurd wordt deze ter beschikking gesteld van Bistro + bar Meermin in de te vernieuwen concessieovereenkomst.

        - voor de theaterzaal hebben we de prijzen inclusief theatertechnische ondersteuning voorzien, wat de prijzen transparanter maakt voor de huurder en eenvoudiger in administratieve afwikkeling.

        - een aantal berekeningen in het huidige reglement die onlogisch bleken te zijn hebben we bijgestuurd:  Poly zaal A apart en deel B apart moet immers gelijk zijn aan A+B samen. De totaalprijzen werden niet gewijzigd, de prijzen voor deel A en deel B werden verhoogd of verlaagd om de correcte totaalprijs te bekomen.

        In bijlage vindt u:

        - het huidige gebruiksreglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 25/4/2024

        - het huidige gebruiksreglement zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 25/4/2024 - met markering van de aanpassingen

        - het nieuwe gebruiksreglement dat van kracht wordt vanaf 1/1/2026

        - het advies van de vrijetijdsraad van 1/12/2025

        - alle bijlagen (infofiches van de zalen) in 1 PDF, zowel met en zonder markering van de aanpassingen

        - de bijlage (L) met de betalingsvoorwaarden, zowel de huidige als de nieuwe (op basis van de nieuwe regelgeving)

        Juridisch kader

        • het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
        • Artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006.
        • Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
        • Bestuursdecreet van 7 december 2018
        Besluit

        Art. 1: Het gemeenteraadsbesluit betreffende vaststelling van het gebruiksreglement en tarieven voor verhuur gemeentelijke infrastructuur dd. 25/4/2024 op te heffen.

        Art. 2: Het gebruiksreglement en tarieven voor verhuur gemeentelijke infrastructuur (en bijhorende bijlagen) in bijlage vast te stellen.

        Art. 3: Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 2026 en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 286 en 287)

        Art. 4: De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur. (artikel 330)

      • Vastlegging tarieven voor vrijetijdsactiviteiten en verkoopsartikelen 2026

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        De vrijetijdsdiensten (cultuur, sport, jeugd, bib en toerisme) bieden activiteiten en diensten aan waarvoor deelnameprijzen/aankoopprijzen worden gevraagd. Een aantal tarieven of prijzen wijzigen of moeten worden bijgestuurd. Deze inkomsten van de activiteiten van de vrijetijdsdiensten worden ingeboekt op het gemeentelijk budget.
        De gemeenteraad dient de tarieven voor deze inkomsten vast te stellen, conform het decreet Lokaal Bestuur.

        Voor 2026 werd een algemene prijsverhoging van 20% toegepast volgens de bepalingen van de meerjarenplanning 2026-2031.
        De tarieven van de kopies voor de verenigingen werden gelijkgetrokken met de tarieven voor kopies die gelden andere gemeentelijke diensten (Burgerzaken, Omgeving, ...).

        U vindt de lijst met tarieven voor 2026 in bijlage (en ter vergelijking de lijst van 2025).

        Er werd advies gevraagd voor deze wijzigingen aan de vrijetijdsraad in de vergadering van 1/12/2025 - zie advies in bijlage.

        De tarieven voor de programmatie in theaterzaal De Meermin (seizoen 26-27) en bijhorende acties worden voorgelegd in een latere zitting van de gemeenteraad.

        Juridisch kader

        Toepasselijke wetgeving : Decreet Lokaal Bestuur

        Advies van de vrijetijdsraad van 1/12/2025.

        Besluit

        Art. 1: De tarieven van de vrijetijdsactiviteiten van de diensten Vrije Tijd voor 2026 vast te stellen volgens het overzicht in bijlage 

      • Aktename huishoudelijke reglementen nieuwe adviesorganen voor vrije tijd

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        In het gemeenteraadsbesluit betreffende vaststellen statuten nieuwe adviesorganen voor vrije tijd dd. 27/3/2025, artikel 11 is opgenomen dat alle adviesraden voor vrijetijd een huishoudelijk reglement dienen op te stellen stellen waarin zij hun interne werking verder regelen, minstens wat betreft de leiding der vergaderingen, de agenda en de wijze van stemmen en dat deze reglementen ter kennisgeving aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd.

        Als bijlage vinden jullie deze huishoudelijke reglementen zoals ze zijn goedgekeurd in de respectievelijke raden.

        Juridisch kader

        Het Decreet Lokaal Bestuur meer bepaald art. 304 §3.

        Gemeenteraadsbesluit dd. 27/3/2025 betreffende vaststellen statuten nieuwe adviesorganen voor vrije tijd 

        Besluit

        Artikel 1.
        Aktename van de huishoudelijke reglementen van de 6 adviesraden voor Vrije Tijd: De Vrijetijdsraad, de Sportraad, Jeugdraad, adviesraad voor Toerisme, adviesraad Cultuur en Bib en de LOR. 

    • Welzijn

      • Samenwerkingsovereenkomst Gezondheidsmakers Waasland 2026 – 2031

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid

        Gemeente en OCMW Waasmunster hebben al heel wat jaren de traditie om in samenwerking met Gezondheidsmakers (het vroegere Logo-Waasland) een preventief gezondheidsbeleid uit te werken. Gezondheidsmakers ondersteunt lokale en regionale partners bij de implementatie van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid, afgestemd op lokale noden.

        Omwille van reorganisaties wordt vanaf 2026 de werking en het aanbod van de dienstverlening van Gezondheidsmakers naar de lokale besturen herwerkt. Voor de periode 2026 tot en met 2031 dient om deze reden een nieuwe samenwerkingsovereenkomst afgesloten te worden. De vernieuwde overeenkomst garandeert uniformiteit, kwaliteit en continuïteit in het aanbod. De nieuwe manier van werken vervangt de jaarlijkse dotatie aan Gezondheidsmakers zoals voorzien in de vorige samenwerkingsovereenkomst. De dienstverlening wordt opgesplitst in twee complementaire luiken:

        Algemene dienstverlening (gratis): brede algemene dienstverlening zoals coaching preventiemedewerker, procesbegeleiding, deelname regionale intervisies, ...

        - Plusformule (betalend - verdiepend):  aanvullend aanbod via extra expertise, mankracht, tijd, middelen om partners te ontzorgen, ... De plusformule bestaat uit Plus-Trajecten (Compact - 10 credits, Medium - 20 credits, Uitgebreid - 30 credits, Op Maat - Op aanvraag via offerte) voor langdurige begeleiding en ad hoc ondersteuning en werkt met credits. Voor 2026 gelden volgende tarieven: €75 per credit vanaf 10 credits, €85 per credit voor minder dan 10 credits of ad hoc vragen. Deze credits dienen binnen het kalenderjaar opgenomen te worden en zijn niet overdraagbaar naar een volgend jaar. 

        Voor 2026 wordt voorgesteld om in te zetten op het thema van de mondgezondheid en hiervoor de compacte Plusformule aan te kopen. De volgende jaren zal het college van burgemeester en schepenen beslissen over de aankoop van de Plusformule en/of ad hoc credits, op maat van ons bestuur én binnen de mogelijkheden van het meerjarenplan. 

        Juridisch kader

        • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
        • Het decreet Lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018 en latere wijzigingen.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
        • Het preventiedecreet van 31 mei 2023.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2024 over de Logowerking.
        Besluit

        De gemeenteraad beslist:

        Artikel 1: De samenwerkingsovereenkomst 2026 - 2031 met Gezondheidsmakers goed te keuren en te ondertekenen.

        Artikel 2: Jaarlijks in te tekenen op de betalende Plusformule en in concreto voor 2026 de compacte Plusformule van 10 credits aan te kopen. 

    • Aangevraagd punt

      • Aangevraagde punten

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid
        Besluit

        Er werden geen aangevraagde punten ingediend.

    • Mondelinge vragen

      • Mondelinge vragen

        Aanwezig: Mattice Du Tré, voorzitter van de raad
        Jurgen Bauwens, burgemeester
        Rik Daelman, Yari Van Kaer, Ilse Poppe, Bart Waterschoot, Dominique Roelandt, schepenen
        Werner De Nijs, Cecile Van Havermaet, Luc Maes, Aurélie Willaerts, Stefaan Thierens, Annemarie Peeters, Patrick Baert, Peter Maes, Alexis Hylebos, Ragnilde De Rijcke, Tom Van Bogaert, Ivan Rousseau, Bert Keymolen, raadsleden
        Raf Smet, adjunct-algemeen directeur
        Bram Collier, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Pauline De Schepper, raadslid
        Besluit

        De mondelinge vragen kunnen bekeken en beluisterd worden op de website.

De voorzitter sluit de zitting op 18/12/2025 om 20:47.

Namens gemeenteraad,

Bram Collier
algemeen directeur

Mattice Du Tré
voorzitter van de raad